vrijdag 10 juni 2011

Projecten, geslaagd en gefaald


Het IUCN is jaarlijks bezig met fok- en herintroduceringsprogramma’s voor bedreigde dieren. Henk Simons, senior adviseur biodiversiteit bij IUCN Nederland houdt zich hier vanuit Nederland mee bezig.

·      Przewalskipaard                        status: Ernstig Bedreigd
Het Przewalskipaard was in 1996 uitgestorven in het wild. Na een intensief herintroduceringsprogramma leven er inmiddels weer vijftig volwassen exemplaren op de vlaktes van Mongolië. Volledig herstel in het wild gaat echter nog lang duren, aldus Simons.

·      Zwarte neushoorn                        status: Ernstig Bedreigd
“De zwarte neushoorn is echt een succesverhaal en mijn favoriet”, aldus de adviseur. Dankzij een intensief fok- en beschermingsprogramma beginnen de aantallen van de zwarte neushoorn na jaren eindelijk toe te nemen.

·      Cheeta                                    status: Gevoelig voor Bedreiging
Er zijn nog ruim 7500 volwassen cheeta’s in Afrika in het wild , maar de populatie is al jaren krimpende. Het fokprogramma ging mis toen aangeboren genetische aandoeningen in hoog tempo vermeerderden dankzij ‘doorfokken’. 

·      Korenwolf                                    status: Veilig
Hoewel de korenwolf niet onder de IUCN zorgen valt, is hij pas in 2010 succesvol teruggebracht in de Limburgse natuur. De soort was in 2003 bijna uitgestorven op Nederlandse bodem.

·      Wolf                                                status: Veilig
De laatste ‘Nederlandse wolf’ verdween in 1897. Simons is ervan overtuigd dat een programma voor de terugkeer van de wolf niet nodig is. “Die komt vanzelf weer naar Nederland als het hier veilig genoeg is”, aldus Simons. 

Verkeerde fokprogramma’s

FOTO: Linda Leestemaker


De witte tijger is al sinds de jaren ’70 de meest gewilde atractie in dierentuinen. ‘Mensen zijn dol op dieren met een foutje’, zo staat de tijger aangeprezen op het bord in Dierenpark Amersfoort. Deze tijger wordt gefokt puur voor de aantrekkelijkheid van een dierentuin, in het wild zou het dier namelijk niet overleven door zijn kleur. 

WWF kritisch over IUCN-programma’s

UTRECHT - De International Union for the Conservation of Nature (IUCN) mag dan positief zijn over fokprogramma’s, hun collega het World Wildlife Fund (WWF) is er echter een stuk minder over te spreken.

Het WWF ziet fokprogramma’s als een laatste oplossing. Een maatregel die enkel wordt gebruikd als de laatste wilde individuen van een soort niet zonder hulp kunnen overleven, zo stelt Diane Walkington, hoofd van het programma Diersoorten van WWF Engeland. “Je moet de factoren die dieren bedreigen aanpakken, in plaats van dure programma’s op te starten zodat een diersoort enkel nog voortleeft in dierentuinen”, aldus Walkington.

Lot Folgering werkt voor de Nederlandse tak van het WWF. Zij vindt dat fokprogramma’s vooral een laatste optie is vanwege het risico. “Als je dieren te vaak met elkaar kruist is er te weinig genetische variatie. En te weinig variatie is gevaarlijk voor de gezondheid van de dieren.” Om die variatie te stimuleren wisselen Europese dierentuinen regelmatig onderling dieren uit. Zo voorkomen ze dat ouders en nageslacht met elkaar paren. De fokprogramma’s zijn dus mogelijk ongezond, misschien zelfs gevaarlijk voor de dieren. Zeker bij diersoorten waar nog maar een beperkt aantal exemplaren van zijn is fokken onverantwoord vanwege de geringe mogelijkheid tot genetische variatie, aldus Folgering.

Bovendien zijn herintroduceringsprogramma’s van dergelijke soorten, waar dierentuinen zo fanatiek voor fokken, vaak gedoemd te mislukken, zo stelt ze. “Met kleine dieren, zoals het goudenleeuwaapje in Brazilie, lukt het meestal wel. Maar grote dieren als de tijger of olifant, die moeilijk te beschermen zijn, dat is gewoon te lastig.” Dieren die opgegroeid zijn in een dierentuin kunnen volgens Folgering nooit meer getraind worden zodat ze in het wild kunnen leven. Hun genen verschillen van de soorten die wel in het wild hebben geleefd, en ze kunnen daardoor kleinere overlevingskansen hebben vanwege aangeboren aandoeningen. Het WWF stimuleert daarom alleen herintroducering van dieren die ‘zo wild mogelijk’ worden gehouden, en die altijd in reservaten hebben geleefd in plaats van dierentuinen.

Bedreigde soorten in cijfers



Wereldwijd zijn er 52.017 diersoorten geregistreerd. Bij reptielen en amfibieën is het lastig vast te stellen hoeveel soorten er bedreigd zijn omdat niet alle soorten bekend zijn. Bij de vissen en insecten is het zelfs onmogelijk.

vrijdag 20 mei 2011

Kernramp Japan nog lang niet voorbij

UTRECHT – De topman van TEPCO, de eigenaar van de kerncentrale in Fukushima, heeft afgelopen donderdag per direct ontslag genomen. De nasleep van de aardbeving van 11 maart werd hem te zwaar. Financieel heeft het land het moeilijk en bewoners uit het getroffen gebied kunnen nog steeds niet naar huis.

De aardbeving, met een kracht van 9.0 op de Schaal van Richter, en de tsunami hebben inmiddels ruim 15.000 mensen het leven gekost. 9500 mensen zijn nog altijd vermist. Nog altijd mag niemand in een straal van 30 kilometer rond de kerncentrale van Fukushima komen. De topman van TEPCO, Masataka Shimizu heeft aangegeven de schande niet langer te kunnen dragen, en heeft per direct ontslag genomen. Hij wil zo de verantwoordelijkheid op zijn eigen schouders nemen en niet op die van het bedrijf, aldus Shimizu tijdens een persconferentie afgelopen donderdag.

Verhongerd
TEPCO heeft toestemming gekregen van de regering om een gedeelte van de schade te vergoeden, als gebaar van spijt jegens de bevolking. De 30 kilometer zone rond de kernreactoren is nog altijd verboden gebied. Twee weken geleden mochten ongeveer honderd bewoners eenmalig terug om bezittingen op te halen, en om hun vee te voeren. Toen bleek echter dat de gevluchte mensen het vee veelal in de stallen hadden achtergelaten. Vele dieren waren ernstig verwaarloosd of zelfs van de honger omgekomen. Verwilderde huisdieren zoals honden en katten deden zich te goed aan de karkassen. De regering van Japan heeft besloten de dieren in de zone af te maken. Het overgebleven vee is echter een discussiepunt. Runderen en paarden zijn in Japan, dat een bergland is en oorspronkelijk geen veeteelt bedrijft, veel geld waard. De regering overweegt de eigenaren een vergoeding aan te bieden. Ondanks alle tegenslagen zijn de regering en grote bedrijven positief over het herstel van het land.

Besmet
Volgens Greenpeace gaat het echter nog tientallen jaren duren voor Japan deze klap te boven is. “De grote bedrijven zullen er geen last van hebben, maar voor de lokale bevolking is deze ramp desastreus,” aldus Kim Schoppink, onderzoeker bij de milieu afdeling. Dat het land de schuld bij Shimizu legt, vindt Schoppink gedeeltelijk terecht. Hij heeft de bevolking altijd voor gehouden dat kernenergie veilig was. Maar ook de regering treft schuld, kernenergie is een risicovolle energiebron en Japan is gevoelig voor aardbevingen. “Dit was het Zwaard van Damocles dat boven Japan hing.” De lokale economie is bijna volledig weggevaagd, bijna de hele zeewieroogst kan worden weggegooid door radioactieve besmetting. Ook het vlees en de melk van de nog levende runderen is te besmet voor consumptie. Door de straling zal het nog tientallen jaren duren voor de bewoners van de ‘verboden zone’ terug naar huis kunnen. “Deze ramp is pas net begonnen, en de wereld lijkt hem alweer vergeten te zijn.”

woensdag 11 mei 2011

Gameverslaving is vluchtgedrag

UTRECHT – Twaalfduizend kinderen in Nederland zijn inmiddels in behandeling vanwege een gameverslaving, zo bleek uit onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Waarschijnlijk zijn nog meer kinderen ondertussen onbewust verslaafd.

Gameverslaving begint een steeds groter probleem te worden in de maatschappij. In Nederland zijn nu ruim twaalfduizend kinderen verslaafd aan games zoals World of Warcraft, Call of Duty en simpelere games zoals de ‘Facebook favoriet’ Farmville. Onderzoekers vrezen dat dit aantal de komende jaren enkel zal stijgen, zo bleek uit onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum. Steeds meer klinieken gaan intensieve programma’s tegen gameverslaving aanbieden om jongeren te helpen.

John Edwards is hoofd communicatie bij Novadic-Kentron, jaarlijks behandelen ze hier ongeveer honderd kinderen om van hun gameverslaving af te komen. De meeste van hen zijn jongens tussen de dertien en twintig jaar. “Mensen raken verslaafd aan games omdat ze zich in het dagelijks leven niet prettig voelen. Daarom verplaatsen ze zich naar een wereld die ze zelf kunnen beheersen. Gameverslavingen ontstaan bijna altijd uit vluchtgedrag,” aldus Edwards. Volgens hem zijn vooral de ‘roleplaying games’ de boosdoeners hierin. Bij roleplaying games zoals World of Warcraft creëert het kind een alternatieve werkelijkheid voor zichzelf waar hij (of zij) wel gelukkig is. “Het gebeurt voornamelijk bij roleplaying spellen, geen enkel kind zou volgens mij voor zijn plezier vijftien uur achter elkaar Tetris spelen.”

Bij Novadic-Kentron worden kinderen behandeld door mensen die de “taal van de gamers” kennen en die zich in hun belevingswereld kunnen inleven. Ze pakken in de behandeling niet direct het gamen aan maar zoeken eerst naar de onderliggende problemen. Een kind met gameverslaving zondert zich af van anderen omdat het zich niet prettig voelt, volgens Edwards kunnen er heel veel redenen zijn voor dat “vluchtgedrag”. “Het kan een lichte vorm van autisme zijn, maar ook een traumatische ervaring. Als we het kind daarin kunnen ondersteunen zal het langzaam aan ook minder gaan gamen want dan is er geen reden meer om te vluchten.”

Een gameverslaving is volgens hem echter niet anders dan een gokverslaving. Het is een pure geestelijke verslaving die ernstige gevolgen kan hebben. “Eerst gaat het kind school verwaarlozen, daarna zijn familie en vrienden en uiteindelijk ook zichzelf. Het gaat minder eten en slapen en dit kan ernstige lichamelijke gevolgen hebben. Een psychische verslaving is dus wel degelijk gevaarlijk.”