Posts tonen met het label Süskind. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Süskind. Alle posts tonen

zondag 15 januari 2012

Kaskraker belangrijker dan identiteit bij historische film

“God schonk ons ondernemingslust!” De preek schalt door de zalen van Tuschinski. Het publiek zit aan Nova Zembla gekluisterd. Ondernemingslust zou een typisch Hollands trekje moeten zijn, dus gaan we naar films die ons daaraan herinneren omdat we behoefte hebben aan dat ‘typische Nederlandse’? Of zijn historische films gewoon beter entertainment geworden in de afgelopen jaren? “Historische films zijn van actueel, politiek, cultureel en maatschappelijk belang,” aldus producent San Fu Maltha.
In de periode 2000 tot 2011 zijn er ruim 300 grote Nederlandse speelfilms in de bioscoop gegaan, waarvan 11 historische films. Zes daarvan zijn de afgelopen twee jaar (2010/2011) gemaakt, met nog enkele andere op het schema voor 2012. Ondertussen staan verschillende politici ons toe te schreeuwen hoe ‘ons land’ verandert en steeds minder ‘Nederlands’ wordt. Heeft de toename van historische films iets te maken met een zoektocht van kijkers naar ‘de eigen identiteit als Nederlander’?
Inleven
 Volgens sociaal psycholoog Juliette Walma van der Molen neemt de interesse van de kijker in historische films niet toe omdat mensen op zoek zijn naar hun ‘Nederlandse achtergrond’ maar doordat we ons graag inleven in films. “De afgelopen jaren zijn kijkers steeds meer gewend geraakt aan het fenomeen ‘reality’. Dit komt door bijvoorbeeld de ontwikkeling van ‘reality-tv’. Bij reality kunnen mensen zich makkelijk inleven, en geschiedenis leent zich hier een stuk makkelijker voor dan fladderende elfjes in een magisch sprookjesbos.” Volgens de psycholoog zijn filmmakers dus niet bezig om de ‘Nederlandse identiteit’  aan te wakkeren. “Ze zijn gewoon aan het bedenken hoe ze weer een grote kaskraker kunnen maken. Anders zouden ze wel documentaires maken,” aldus Van der Molen.
Eigen geschiedenis
Gemopper in de Gouden Koets. Het knisperen van dode bladeren onder jongensvoeten. Een SS’er die door de Plantage Middenlaan marcheert. San Fu Maltha heeft de afgelopen jaren meerdere historische films geproduceerd. Hieronder vielen onder meer Majesteit, Oorlogswinter, Stille Kracht en de nieuwste oorlogsfilm van 2012 Süskind. De producent vindt dat historische film een belangrijk maatschappelijk belang dragen. “Historische films zorgen ervoor dat we onze geschiedenis niet vergeten.” Waar Van der Molen stelt dat men naar films gaat om fantasie te botvieren, stelt Maltha dat men erheen gaat om een stuk van de eigen geschiedenis terug te zien. Maar volledig van Van der Molen’s stelling wegstappen doet de producent ook weer niet. “Mensen zijn dol op fictie. Documentaires trekken al jaren steeds minder kijkers.” In 2011 zijn er twee documentaires gemaakt die de status van Kristallen Film (10.000 bezoekers) hebben bereikt. “Daarom maken we in een speelfilm sommige dingen iets dramatischer. Dan hou je de aandacht beter vast. Zo hebben we bij Süskind de kampcommandant op een paard geplaatst. In werkelijkheid reed hij op een fiets door het kamp, niet op een paard. Maar nu ziet het machtsvertoon er veel spectaculairder uit.”
Dijkdoorbraak
Herman de Wit is werkzaam bij het Nederlands Film Festival. Hoewel De Wit het met Maltha eens is dat historische films helpen voorkomen dat de geschiedenis wordt vergeten, benadrukt hij dat de toename in historische films in de afgelopen jaren niets te maken heeft met een aangewakkerde drang bij mensen om op zoek te gaan naar Nederlandse geschiedenislessen, of Nederlandse helden. “Vroeger wilde men ook historische films maken, met dezelfde ‘helden’ in beeld. Toen werden ze echter niet gemaakt. Dit komt heel simpel door de veranderende technieken.” De Wit stelt dat in de afgelopen vijf jaar de technische mogelijkheden binnen de Nederlandse filmwereld steeds professioneler zijn geworden. “Twintig jaar geleden hoorde ik filmmakers praten over een film over de Watersnoodramp. De Storm kwam er pas mee in 2006. Niet omdat kijkers ineens behoefte hadden aan helden die die verschrikkelijke tijd hadden overleefd, maar simpelweg omdat het tot 2005 technisch amper mogelijk was om een dijkdoorbraak na te bootsen.” Gaan mensen dus echt alleen maar naar historische films omdat ze zich daar makkelijker in kunnen leven bij de personages, zoals Van der Molen stelt? “Ik durf het niet met zekerheid te zeggen, maar de stelling van de psycholoog klinkt aannemelijk . Zoals ik al zei is de Nederlandse film veel professioneler geworden, dus decors lijken veel echter. Nova Zembla is gedeeltelijk in de computer gemaakt, je hebt weinig fantasie nodig om jezelf in het landschap voor te stellen.”

zondag 2 oktober 2011

“De bad guy rol is mijn rollercoaster.”



Tygo Gernandt. Bron: Features Agentschap

Hij is bekend geworden door zijn rol als zware bajesklant, maar hier in Café Kobalt in Amsterdam zit geen slechterik. Tygo Gernandt is ontspannen en straalt. Van de gestoorde blik die hij heeft op het witte doek is geen spoor te bekennen.
Hij speelde een terrorist in de serie Offers, een psychotische Joegoslaaf met een vreemd verleden in Het Schnitzelparadijs, een zware crimineel in Van God Los en een rauwe verzetsman in de nieuwe film Süskind. Tygo Gernandt lijkt de rol van bad guy aan te trekken. Volgens hem komt dat vooral door zijn uitstralinn en de manier waarop hij kijkt. “Ik kan bijvoorbeeld heel lief lachen in een film, maar dan kijken mensen naar mijn ogen en denken ze toch ‘nee, daar zit iets achter’. Ik ben heel goed in die blik.” Hij vindt het leuk om een schurk te spelen, vertelt hij. “Ik hou van de rol van villain. Ik hou ervan dat ik het extreme mag spelen. Ik wil de rol zo neerzetten dat je van hem gaat houden, hoe slecht hij ook is.”
Lief
Volgens Gernandt is het makkelijk voor hem om de slechterik te spelen, omdat dit het tegenovergestelde is van wie hij werkelijk is. “Ik ben eigenlijk best wel lief. Als ik een psychopaat met kwade bedoelingen speel, speel ik het tegenoverstelde van wie ik echt ben. Als je echt slecht bent, dan moet je constant je eigen karakter bij het karakter dat je speelt vandaan zien te houden. Volgens mij is acteren dan veel moeilijker. Het spelen van een bandiet voelt voor mij juist aan alsof ik in een hele mooie attractie stap. Zoals een rollercoaster!” Tygo strijkt zijn haar uit zijn gezicht en grinnikt. “Nu moet ik natuurlijk wel even mijn imago redden, anders denkt iedereen dat ik heel erg lief ben. Schrijf maar op dat ik eigenlijk heel slecht ben,” zegt hij terwijl hij lacht.
Verzetsheld

Rol Piet Meerburg. Bron: Fu Works

In de oorlogsfilm Süskind, van regisseur Rudolf van den Berg, speelt hij de rol van verzetsheld Piet Meerburg. “Dat was wel lastiger om te spelen. Ik kom niet in het hele verhaal voor dus ik kon geen spanningsboog opbouwen. Ik moest gewoon bij elke take waar ik inzat op hetzelfde niveau vlammen. De ondersteuning van de regisseur daarbij was gelukkig heel goed. Wat ik tot nu toe gezien heb, zag er geweldig ui..” De rol van verzetsheld lag Gernandt ook wel. “Meerburg is een rauwdouwer, en bovendien ondermijnt hij het gezag dus is hij toch wel de crimineel. Bovendien was het geweldig om met Jeroen Spitzenberger te werken. Ik ben echt verliefd op hem in deze film, hij speelt de rol van Walter Süskind (de directeur van de Hollandse Schouwburg) zo goed!”
Volwassen
Bij het toneelstuk Spuiten en Slikken, gebaseerd op het BNN-programma, gedraagt hij zich voorbeeldig. “Ik doe geen drugs of seks voor het programma, dat heb ik vanaf het begin al gezegd. Ik heb al die troep in mijn leven al gehad, daar heb ik geen zin meer in. Maar ik ben en blijf een acteur en ik zal het publiek exact laten denken dat ik echt iets gebruikt heb. Ik speel gewoon dat ik stijf sta van de coke, zonder iets te hebben genomen. Net zoals ik doe als ik in een film speel.”
Don’ts
Gernandt kent de onderwereld goed. Zijn oudere broer was op jonge leeftijd een lichte crimineel en zijn vader heeft de porno-industrie in Nederland op de kaart gezet. “Ik was er niet echt bij, want ik was nog heel jong. Bij de feestjes van mijn vader kwamen wel vaak mensen uit de onderwereld over de vloer.”
 Zelf heeft hij ook wel ervaring met de donkere kant van de maatschappij. “Ik heb de meeste dont’s van het leven wel gehad, ja. Zo heb ik van mijn negentiende tot mijn eenentwintigste coke gebruikt, en ik blow nog wel eens. Ik ben geen drinker. Ik heb thuis wel een paar flessen wijn en champagne, maar die zijn voor als ik gasten heb.” Hij wenkt een ober en bestelt een kop verse muntthee.
Gernandt vindt het grappig als hij mensen hoort praten over zijn ‘verslavingen’, die hij allang niet meer heeft. “Het achtervolgt me wel altijd dat zoveel mensen denken dat ik alles doe. Terwijl dat helemaal niet zo is. Denk maar eens na: als ik bij Van God Los echt altijd coke zou hebben gebruikt, zou ik ruim 50 gram per dag moeten snuiven om die kop te kunnen houden. Dat kan ik gewoon spelen, zonder ook maar één gram troep op te hebben.”
Tygo Gernandt en Linda. in Café Kobalt, Amsterdam. Copyright: Melanie Caitlin
Problemen
Problemen met de politie heeft hij niet gehad. Hoewel hij wel lachend bekent ooit een auto te hebben gejat, iets in de fik te hebben gestoken en te hebben ingebroken. “Dat inbreken heb ik trouwens niet bewust gedaan hoor! Ik ging met mijn broer naar een feestje, en op het volgende moment stonden we ineens midden in een huis en kreeg ik een videorecorder in mijn handen gedrukt. Ik kon toen nog net bedenken; ‘goh, misschien is het nu slim om weg te rennen’.”
Zijn imago als bad boy beschermt hem ook, vertelt hij. “Als ik mensen niet dichtbij me wil hebben, omdat ze niet alles hoeven weten, dan gedraag ik me als één van mijn rollen. Dan ben ik stoer, en durf ik alles. Dat is mijn manier van zelfbescherming.” Op de rode loper hangt hij altijd de boef uit, die de pers uitdaagt en stunts uithaalt. “Zo zien mensen me op foto’s in tijdschriften. Daardoor denken ze dat ik echt zo ben.”
Slagersbijl
De enige verslaving die hij nu nog heeft is roken, vertelt hij terwijl hij een sigaret opsteekt. “Ik ben in het criminele circuit opgegroeid. Dat helpt me niet bij het acteren, want ik was toen nog zo jong. Zelf vind ik vooral de wereld van de maffia mooi. Daar weet je gewoon wie je vriend en wie je vijand is. Het is allemaal heel straight en duidelijk. Maar ik ben geen vechter, ik ben een prater. Als twee van die enorme gozers op me af komen in de kroeg om ruzie te trappen, herkennen ze me meestal wel. Ik doe aan thaiboksen dus ik ben wel gespierd. In zo’n kroeg is het dan altijd; ‘Aaah, Tygo man! Ja hij is cool, hij is cool.’ Ze kennen me natuurlijk van die rollen, en zijn toch altijd een beetje bang dat ik een psychopaat ben met een slagersbijl achter mijn rug. Die heb ik nu niet mee hoor!”