Posts tonen met het label Interview. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Interview. Alle posts tonen

zondag 2 oktober 2011

“De bad guy rol is mijn rollercoaster.”



Tygo Gernandt. Bron: Features Agentschap

Hij is bekend geworden door zijn rol als zware bajesklant, maar hier in Café Kobalt in Amsterdam zit geen slechterik. Tygo Gernandt is ontspannen en straalt. Van de gestoorde blik die hij heeft op het witte doek is geen spoor te bekennen.
Hij speelde een terrorist in de serie Offers, een psychotische Joegoslaaf met een vreemd verleden in Het Schnitzelparadijs, een zware crimineel in Van God Los en een rauwe verzetsman in de nieuwe film Süskind. Tygo Gernandt lijkt de rol van bad guy aan te trekken. Volgens hem komt dat vooral door zijn uitstralinn en de manier waarop hij kijkt. “Ik kan bijvoorbeeld heel lief lachen in een film, maar dan kijken mensen naar mijn ogen en denken ze toch ‘nee, daar zit iets achter’. Ik ben heel goed in die blik.” Hij vindt het leuk om een schurk te spelen, vertelt hij. “Ik hou van de rol van villain. Ik hou ervan dat ik het extreme mag spelen. Ik wil de rol zo neerzetten dat je van hem gaat houden, hoe slecht hij ook is.”
Lief
Volgens Gernandt is het makkelijk voor hem om de slechterik te spelen, omdat dit het tegenovergestelde is van wie hij werkelijk is. “Ik ben eigenlijk best wel lief. Als ik een psychopaat met kwade bedoelingen speel, speel ik het tegenoverstelde van wie ik echt ben. Als je echt slecht bent, dan moet je constant je eigen karakter bij het karakter dat je speelt vandaan zien te houden. Volgens mij is acteren dan veel moeilijker. Het spelen van een bandiet voelt voor mij juist aan alsof ik in een hele mooie attractie stap. Zoals een rollercoaster!” Tygo strijkt zijn haar uit zijn gezicht en grinnikt. “Nu moet ik natuurlijk wel even mijn imago redden, anders denkt iedereen dat ik heel erg lief ben. Schrijf maar op dat ik eigenlijk heel slecht ben,” zegt hij terwijl hij lacht.
Verzetsheld

Rol Piet Meerburg. Bron: Fu Works

In de oorlogsfilm Süskind, van regisseur Rudolf van den Berg, speelt hij de rol van verzetsheld Piet Meerburg. “Dat was wel lastiger om te spelen. Ik kom niet in het hele verhaal voor dus ik kon geen spanningsboog opbouwen. Ik moest gewoon bij elke take waar ik inzat op hetzelfde niveau vlammen. De ondersteuning van de regisseur daarbij was gelukkig heel goed. Wat ik tot nu toe gezien heb, zag er geweldig ui..” De rol van verzetsheld lag Gernandt ook wel. “Meerburg is een rauwdouwer, en bovendien ondermijnt hij het gezag dus is hij toch wel de crimineel. Bovendien was het geweldig om met Jeroen Spitzenberger te werken. Ik ben echt verliefd op hem in deze film, hij speelt de rol van Walter Süskind (de directeur van de Hollandse Schouwburg) zo goed!”
Volwassen
Bij het toneelstuk Spuiten en Slikken, gebaseerd op het BNN-programma, gedraagt hij zich voorbeeldig. “Ik doe geen drugs of seks voor het programma, dat heb ik vanaf het begin al gezegd. Ik heb al die troep in mijn leven al gehad, daar heb ik geen zin meer in. Maar ik ben en blijf een acteur en ik zal het publiek exact laten denken dat ik echt iets gebruikt heb. Ik speel gewoon dat ik stijf sta van de coke, zonder iets te hebben genomen. Net zoals ik doe als ik in een film speel.”
Don’ts
Gernandt kent de onderwereld goed. Zijn oudere broer was op jonge leeftijd een lichte crimineel en zijn vader heeft de porno-industrie in Nederland op de kaart gezet. “Ik was er niet echt bij, want ik was nog heel jong. Bij de feestjes van mijn vader kwamen wel vaak mensen uit de onderwereld over de vloer.”
 Zelf heeft hij ook wel ervaring met de donkere kant van de maatschappij. “Ik heb de meeste dont’s van het leven wel gehad, ja. Zo heb ik van mijn negentiende tot mijn eenentwintigste coke gebruikt, en ik blow nog wel eens. Ik ben geen drinker. Ik heb thuis wel een paar flessen wijn en champagne, maar die zijn voor als ik gasten heb.” Hij wenkt een ober en bestelt een kop verse muntthee.
Gernandt vindt het grappig als hij mensen hoort praten over zijn ‘verslavingen’, die hij allang niet meer heeft. “Het achtervolgt me wel altijd dat zoveel mensen denken dat ik alles doe. Terwijl dat helemaal niet zo is. Denk maar eens na: als ik bij Van God Los echt altijd coke zou hebben gebruikt, zou ik ruim 50 gram per dag moeten snuiven om die kop te kunnen houden. Dat kan ik gewoon spelen, zonder ook maar één gram troep op te hebben.”
Tygo Gernandt en Linda. in Café Kobalt, Amsterdam. Copyright: Melanie Caitlin
Problemen
Problemen met de politie heeft hij niet gehad. Hoewel hij wel lachend bekent ooit een auto te hebben gejat, iets in de fik te hebben gestoken en te hebben ingebroken. “Dat inbreken heb ik trouwens niet bewust gedaan hoor! Ik ging met mijn broer naar een feestje, en op het volgende moment stonden we ineens midden in een huis en kreeg ik een videorecorder in mijn handen gedrukt. Ik kon toen nog net bedenken; ‘goh, misschien is het nu slim om weg te rennen’.”
Zijn imago als bad boy beschermt hem ook, vertelt hij. “Als ik mensen niet dichtbij me wil hebben, omdat ze niet alles hoeven weten, dan gedraag ik me als één van mijn rollen. Dan ben ik stoer, en durf ik alles. Dat is mijn manier van zelfbescherming.” Op de rode loper hangt hij altijd de boef uit, die de pers uitdaagt en stunts uithaalt. “Zo zien mensen me op foto’s in tijdschriften. Daardoor denken ze dat ik echt zo ben.”
Slagersbijl
De enige verslaving die hij nu nog heeft is roken, vertelt hij terwijl hij een sigaret opsteekt. “Ik ben in het criminele circuit opgegroeid. Dat helpt me niet bij het acteren, want ik was toen nog zo jong. Zelf vind ik vooral de wereld van de maffia mooi. Daar weet je gewoon wie je vriend en wie je vijand is. Het is allemaal heel straight en duidelijk. Maar ik ben geen vechter, ik ben een prater. Als twee van die enorme gozers op me af komen in de kroeg om ruzie te trappen, herkennen ze me meestal wel. Ik doe aan thaiboksen dus ik ben wel gespierd. In zo’n kroeg is het dan altijd; ‘Aaah, Tygo man! Ja hij is cool, hij is cool.’ Ze kennen me natuurlijk van die rollen, en zijn toch altijd een beetje bang dat ik een psychopaat ben met een slagersbijl achter mijn rug. Die heb ik nu niet mee hoor!”

maandag 29 november 2010

De beweegtuin, a.k.a. bejaardengym 266/365

Voor het item dat we moeten maken voor de Televisie-klas zijn twee klasgenoten en ik vandaag onderweg naar bejaardentehuis Zuylenstede in Utrecht. We moeten opnames maken van de opening van de ‘beweegtuin’, waar je bejaarden (oh, pardon.. ouderen) in de buitenlucht oefeningen kunnen doen die hun lichaam soepeler houdt. Vanochtend had ik hier meer zin in, toen ik nog niet had gevoeld hoe koud het buiten is…

We staan al ruim een uur buiten te wachten als de fysiotherapeut, met wie we een afspraak hadden, naar ons toe komt lopen. Hier begint het probleem al; er is nog een groep, ook afkomstig van de School voor Journalistiek, die hetzelfde item heeft als wij en dezelfde bronnen. Maar terwijl wij al onze bronnen hebben gebeld voor een afspraak schieten zij als eerste op de fysio af als hij vraagt wie hem vrijdag als eerste had gebeld. Snel claimen wij de overwinning hierin, één van mijn groepsgenoten (Sanne) had als eerste gebeld en de voicemail ingesproken want hij nam niet op. De andere groep belde een uur daarna, kreeg Sanne te horen toen ze die avond opnieuw terugbelde. Technisch gezien hebben wij als eerste gebeld maar de andere groep zegt dat zij hem als eerste aan de lijn hadden. Nu zijn we onderling niet vervelend en we besluiten dat wij dit interview afnemen maar zij onze beelden hiervan mogen gebruiken als wij hun beelden met de wethouder mogen lenen. Het is een deal!

Na ruim drie uur in de kou filmen hebben we waarschijnlijk alles dat we kunnen krijgen. We betwijfelen alleen of het genoeg is voor een item van drie minuten maar daar moeten we maar iets op verzinnen. Zo interessant bleek het hele gebeuren ook niet te zijn, de tuin beslaat vijf apparaten terwijl het ons was voorgeschetst als iets heel groots. We hebben wel een grappig interview afgenomen met een oudere dame die na de opening één van de apparaten probeerde. Ze ging zo lekker en soepel dat we haar vroegen hoe ze dat deed.

“Ik doe twee keer in de week aan gymnastiek, dus ik zorg dat ik gezond blijf.”
Wij: “Twee keer in de week, nou dat kunnen niet veel mensen van uw leeftijd zeggen mevrouw.”
“Ooh, maar ik ben nog niet zo oud hoor.”
Wij: “Mogen we u vragen hoe oud u dan bent.”
“Ik ben pas 91 hoor.”

PAS 91, nou toen stonden we even met onze ogen te knipperen.

zondag 3 oktober 2010

De boswachter 200/365


In de herfst is er genoeg werk te doen in het bos. Volgens Natuurmonumenten is veel werk dat wordt bestempeld als ‘boswachterswerk’ inmiddels vrijwilligerswerk, maar daarnaast heb je nog de Bijzonder Opsporings Ambtenaar (BOA) en jachtopzichter. Aan hen is de taak om het bos en de dieren veilig te houden. In Leusden is deze taak onder andere weggelegd bij BOA Marinus van Doleweerd.

Het is 11 september 2008, RTV Utrecht bericht over het oppakken van een Engelse stroper in het gebied rond landgoed Scherpenzeel te Woudenberg. Marinus van Doleweerd, Bijzonder Opsporings Ambtenaar (BOA) en parttime jachtopzichter bij Stichting De Boom, heeft de stroper negen dagen achtervolgd voordat de politie genoeg bewijs had verzameld om hem te kunnen arresteren. Het is normaal werk als BOA, maar Marinus zegt dat zijn collega’s “stikjaloers waren” omdat hij een stroper te pakken kreeg.

Even voorstellen:
Marinus van Doleweerd (42) is zes jaar werkzaam als Bijzonder Opsporings Ambtenaar en parttime jachtopzichter bij Stichting De Boom in Leusden. Hij maakt deel uit van een team van drie mensen die het gebied van landgoed De Boom en landgoed Scherpenzeel in de gaten houden. Daarnaast helpt Van Doleweerd ook met het timmer- en schilderwerk van de landhuizen en soms met het werk in de natuur. Op zijn dertiende ging hij werken bij een lokaal kachelhout bedrijf. Van Doleweerd heeft van 1988 tot 1992 op de Lagere Technische School gezeten en heeft daarna nog een MBO timmercursus gedaan.




Impact
Marinus van Doleweerd werkt nu zes jaar als BOA en parttime jachtopzichter bij Stichting De Boom. De stichting beheert de ruim duizend hectare grond van landgoed De Boom in Leusden en een gedeelte van landgoed Scherpenzeel in en rond Woudenberg. Als BOA is hij belast met de bescherming van het bos en de dieren. Hij zorgt ervoor dat mensen hun honden niet los in het bos laten lopen en dat mountainbikers eruit blijven. “Een BOA is voor zijn werk volledig bewapend. Dat betekent dat ik in het bezit ben van een wapenstok, pistool, peperspray, handboeien, bonnenboek en portofoon.” Het is een keer voorgekomen dat hij heeft gedreigd geweld te gebruiken toen een hondeneigenaar na vier proces-verbalen, voor het los laten lopen van zijn hond, opnieuw terugkwam in het bos. “Loslopende honden zijn gevaarlijk, ze kunnen namelijk achter de reeën in het bos aangaan en hen ernstig verwonden.” Toen van Doleweerd de man erop wees dat het voor hem verboden was het bos nog langer te betreden, dreigde de man om Van Doleweerd te slaan. “Toen ik hem zei dat als hij mij zou slaan ik gemachtigd was geweld terug te gebruiken, liep hij weg. Maar zoiets heeft toch een impact op je.” Als BOA wordt hij ook opgeroepen om ‘vuil vlees’ op te ruimen. Dit zijn doodgereden dieren. Soms leven ze nog en het is dan aan Van Doleweerd om er een einde aan te maken. “Je doet het zo snel mogelijk om zo’n dier niet langer te laten lijden, maar soms zijn er herten bij die alleen in shock lijken te zijn. Die neem ik dan mee en dan laat ik ze op het veld bij mijn huis rustig herstellen. Als het dier het dan toch overleeft geeft dat je een prachtig gevoel.”

Favoriet
Van Doleweerd’s favoriete seizoen is toch wel de herfst, waarin het meeste werk is. Het jachtseizoen is dan weer begonnen. Van Doleweerd legt uit dat in de herfst de reeën liever in het open veld staan, waar ze geen bescherming hebben. “In de herfst kan het bos door de wind nogal tekeer gaan. De reeën hebben last van de vallende takken, kastanjes en eikels en het geruis in het bos maakt ze onrustig. Dus gaan ze het veld in.” Recht in het blikveld van de jagers. Er gelden dan wel strenge regels voor jagers, maar niet voor stropers. Een jager moet elk jaar een nieuwe vergunning aanvragen en mag geen geluidsdemper op zijn geweer zetten. Van Doleweerd vindt dit een vreemde regel, want het geknal van de geweren zorgt voor veel onrust in het bos en onder de dieren. Een stroper heeft geen regels omdat hij al tegen de wet in gaat. Dus kan hij een demper gebruiken, lasers om makkelijker te kunnen mikken en hij kan strikken zetten voor kleiner wild, maar ze kunnen ook gearresteerd worden omdat ze de jachtwet overtreden. “Die Engelse stroper gebruikte zijn hond. Zelf liep hij van de ene wal naar de andere om zo min mogelijk op te vallen en hij stuurde zijn hond achter de hazen aan. Als de hond dan een haas had doodgebeten gaf de baas een sein zodat de hond de haas liet liggen. De baas kwam de haas later pas ophalen. Toen we de stroper te pakken hadden hebben we zijn hond laten inslapen, zelf kreeg hij een boete van 650 euro.” Een veel te laag bedrag vindt Van Doleweerd.

Als jachtopzichter is Van Doleweerd onder andere verantwoordelijk voor het behoud van de wildstand. “Toen we van de overheid drie jaar niet op vossen mochten jagen werd het een chaos. De vossen zaten overal en het waren er veel te veel.” Daarnaast maakt hij paden voor de dieren en zaait hij in de akkerranden eten in zodat de dieren makkelijker kunnen overleven. Zoals knollen en kool voor de hazen en bloemen en planten met zaden, zonnebloemen en wilde soorten graan, voor vogels en insecten. Daarnaast helpt hij met timmer- en schilderwerk bij de landhuizen die op het gebied van landgoed De Boom staan en helpt hij indien nodig met het behoud van het bos.

Het werk als BOA en jachtopzichter heeft Van Doleweerd alerter gemaakt. Zijn vrouw heeft er wel eens commentaar op als hij thuis is omdat hij ook dan constant op zijn omgeving let. “Tijdens mijn werk vertrouw ik heel erg op mijn gevoel, op mijn zesde zintuig.” Er loopt al een paar dagen een vreemde man door een afgelegen deel van het bos, Van Doleweerd houdt het stuk en de man in de gaten want hij vertrouwt het niet. “Als ik het niet vertrouw zit ik er niet vaak naast.” Van Doleweerd ging dit werk doen omdat hij buiten kan werken in alle vrijheid en, zo bekent hij, ook vanwege het corrigerende optreden. Als kind bracht hij altijd wilde dieren mee naar huis en hij probeert zijn zoons tegen te houden hetzelfde te doen. “Onze achtertuin was een soort dierentuin toen ik klein was, ik wil mijn eigen tuin iets leger houden.” Ze mogen hem helpen met de dieren die hij zelf soms mee naar huis neemt en met de bijen die ze ook nog houden.

Lijk
Als we slippend over de modderige bospaden rijden zet Van Doleweerd de auto ineens stil. Hij ziet een kat tussen het gras, een soort die - net als honden - niet in het natuurgebied thuishoort. De kat sluipt nog een klein stukje verder het gras in en blijft dan staan. Hij kijkt naar ons, maar verdwijnt dan tussen de maïs. De sperwer waar Van Doleweerd zich even zorgen om maakte had de kat ook gezien, en was al opgevlogen. “Met katten is het altijd lastig. Mijn gebied valt half binnen provincie Utrecht en half binnen Gelderland. Ze hebben allemaal verschillende regels, in Gelderland mag ik zo’n kat bijvoorbeeld gewoon doodschieten maar in Utrecht weer niet. Ik zoek altijd liever eerst uit waar de kat vandaan komt voor ik zelfs maar denk over het doodschieten ervan. Als een boer zegt dat het hem niks uitmaakt als ik de kat dood is het al heel wat anders, maar als dat nou net de lievelingskat van zijn dochtertje is dan denk ik wel twee keer na over mijn acties.”
Dierenlijken zoals bij het opruimen van ‘vuil vlees’ of het moeten doden van een dier zijn één ding, maar een menselijk lijk is heel iets anders. Één keer heeft Van Doleweerd meegemaakt dat collega’s en hij een lijk aantroffen in het bos. “Zelfmoord. Het lichaam was al helemaal aangevreten door de vossen, we konden zo de schedel zien.” Elke BOA hoopt dat hij of zij nooit iemand hoeft te vinden die zichzelf van het leven heeft beroofd, vertelt hij.

woensdag 29 september 2010

Interview in niemandsland 197/365

Ik vertelde eerder al dat ik interviews moet afnemen voor school, de opdracht voor deze week was een interview met een boswachter (of boer).

Daarom zit ik nu in de bus naar Leusden. Voor iedereen met iets minder slechte topografische kennis als ik, Leusden ligt ten zuidoosten van Amersfoort. Hier heb ik afgesproken met Marinus van Doleweerd, Bijzonder Opsporings Ambtenaar (BOA) en parttime jachtopzichter in Leusden.

En Leusden ligt dus echt in niemandsland, zeker voor iemand uit Amsterdam (wat op wereldschaal ook niet al te groot is, maar dat zijn details). Nadat ik in Amersfoort uit de trein en in de bus stapte, voor een busritje van een kwartier, heb ik me tien minuten lang afgevraagd waar ik in hemelsnaam naar toe ging. Want na een minuut of vier was het enige dat ik nog zag weilanden, bomen en incidenteel een boerderij of een huis.
Na tien minuten zie ik aan mijn linkerkant nog steeds weilanden en bomen maar aan mijn rechterkant zijn er tenminste weer huizen.

Bij de bushalte word ik opgehaald door Van Doleweerd. Gelukkig maar…
Het interview loopt soepel terwijl we door het bos rijden, zelf woont hij ergens in het bos, ook al zo’n niemandsland. Als ik na drie en een half uur interviewen sta te wachten bij de bus valt me pas op hoever ik in de zogenaamde ‘Bible Belt’ ben beland. Mijn vintage spijkerbroek, spijkerjas en knalrode koptelefoon zijn brutaler dan wat elke (middelbare) scholier die langs me fietst waarschijnlijk in zijn/haar kledingkast heeft hangen. Je ziet zo dat ik een ‘outsider’ ben. Gelukkig is de buschauffeur goedgehumeurd en heeft hij een goed gevoel voor humor…