Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen

zondag 1 januari 2012

De mogelijkheden van het, niet zo enge, internet

Wat doe je als je ineens voor de mogelijkheid staat om je film online aan het publiek aan te bieden? Hard wegrennen? De kansen grijpen? Of raak je verstrikt in een net van rechten, kosten en andere ingewikkelde zaken?
Voor filmmakers is dit een terugkerend dilemma. De ‘nieuwe generatie’ wil een film kunnen kijken op de laptop, en omdat die niet legaal te krijgen zijn downloaden ze maar van ‘duistere’ websites waar de makers geen geld van krijgen. Volgens Wendy Bernfeld is de traditionele media zoals bioscopen en televisie steeds meer ruimte aan het inleveren aan het internet, en daarom distributeurs moeten meer interactie hebben met de kijkers. Dit kan volgens haar goed doormiddel van aanbieden via het internet, waar mensen zelf hun reacties achter kunnen laten. Ook is het internet een medium dat ‘interactieve tv’ toestaat, waar mensen zelf keuzes in films zouden kunnen maken.
Hier haakt Ellen Hoffmann even in. Hoffmann is uitvoerend producent bij Submarine en het bedrijf is nu bezig met een interactief project: The Alzheimer Experience. Bij deze interactieve films, die enkel op internet te vinden zijn, kan men het proces van alzheimer zelf meemaken door te wisselen tussen verschillende perspectieven; die van de man met vergaande alzheimer, zijn vrouw (met beginnende alzheimer) en de zoon van het stel. Nu het programma een succes is op internet, wil Submarine het misschien op tv overbrengen. En hier ontstaat het probleem van de rechten. Want hoe ga je dit de schrijvers, de acteurs en alle andere deelnemers voorleggen? Jetse Sprey is advocaat. Volgens hem krijgen in Nederland wettelijk gezien alle ‘makers’ (van scenario tot montage) een ‘recht’ op een film, tenzij zij deze doormiddel van contracten afstand van doen. Hoe meer rechten de producenten of distributeurs ‘verzamelen’ met contracten, hoe makkelijker het voor hun is om een film ook op On Demand of internet aan te bieden. Veel makers zullen het hier niet mee eens zijn, begrijpelijk of niet, en kiezen er dus voor hun recht aan een belangengroep als de VEVAM, NORMA, BUMA/STEMRA of dergelijke te geven, aldus Sprey. Deze belangengroepen geven de rechten niet op, hoe aanlokkelijk de contracten ook zijn, maar dit geeft botsingen. Want hierdoor loopt het hele proces van second media vast. En volgens Bernfeld is dit een doodzonde. “If you always do, what you’ve always done. You always get, what you’ve always gotten.” Zo stelt zij het, en zo simpel is het ook. Bernfeld stelt dat er uiteraard een verschil is in een nieuwe film meteen op internet aanbieden, of een oude film een soort ‘herintroductie’ geven.
Inmiddels zijn er ook al enkele shows die dankzij internet bijzonder populair zijn geworden. Zo begon True Blood met zogenaamde ‘webisodes’ en is het nu een hit op de Amerikaanse tv’s. Desperate Housewives kreeg een volledig nieuw publiek erbij toen de show On Demand te krijgen was bij Ziggo en UPC en op de iPad en inmiddels heeft zelfs Pathé zijn On Demand (voor 24/7 online huren) de lucht in geholpen. Volgens Sprey is het onzin dat mensen bang zijn hun rechten kwijt te raken als materiaal online komt. Hiervoor is de ‘bestseller-clausule’ inmiddels aangepast. Als de film in de bioscoop of het internet een hit is en zeer goed verkoopt, gaat de compensatie voor je rechten omhoog. En doet een distributeur of producent jarenlang niks met je materiaal? Na een vastgestelde tijd op een plank stof te hebben gevangen krijg je je rechten gewoon weer terug. Bernfeld gaat hier op in, want de discussie ontstaat namelijk of mensen niet gewoon blijven downloaden. Nee, stelt zij, uit onderzoek blijkt dat mensen best bereidt zijn om te betalen voor hun film als ze die online kunnen huren. Het bewijs is Ximon.nl, die alleen maar groter wordt. En bovendien, een film via iTunes aanschaffen en zo op je iPad of iPhone bekijken, hoe verschillend is dat nou van een dvd kopen in de winkel? Waar zijn filmmakers nou eigenlijk zo bang voor?

zondag 6 november 2011

De toekomst haalt de film langzaam weer in

Wat te doen als je publiek zich steeds meer focust op het internet? Met bezuinigingen op cultuur, de toename van mediaopleidingen en de snellere generaties hebben filmmakers in de 21ste eeuw het zwaar. Of moeten ze gewoon hun blikveld verbreden?
De -NBF heeft juist vanwege deze vraag een discussie -georganiseerd over Traditioneel versus Vernieuwend filmmaken. Onder leiding van moderator Mardou Jacobs geeft Regisseur Jean van der Veldede aftrap.. Kort geleden heeft hij All Stars 2: Old Stars  in de bioscopen gebracht. “All Stars is niet geschikt voor een ander platform. Comedy werkt namelijk aanstekelijk. Je hoort iemand anders in de zaal lachen, en dan ga je mee lachen. Dat werkt niet als je in je eentje naar een iPad zit te staren.” Maar, zegt de filmmaker wel, als een film je emotioneel weet te bewegen is de kwaliteit van latere zorg. “Vroeger op het internaat luisterde ik stiekem naar bandjes. Die kwaliteit was om te huilen, maar ze raakten me wel. Dus interesseerde me het niet als het geluid kraakte.”
Wetten
Of filmmateriaal echter geschikt is voor de kwaliteit die een iPhone of iPad met zich meedragen is altijd de vraag. De Nederlandse filmmakers durven het risico met hun materiaal vaak nog niet aan. Bobby Boermans deed het echter wel. Hij maakte met Claustrophobia een film die alleen maar te krijgen is via een download. Er komt geen wit doek aan te pas. Hij vertelt dat het hem wel zwaar viel om het te draaien. “Ik stond er niet bij stil toen ik dit project begon, maar tijdens het draaien moest ik ineens met hele nieuwe dingen rekening houden. De ongeschreven wetten over geluid en beeld die er in de filmwereld bestaan gingen ineens niet meer op, want een iPad heeft hele andere speakers en een heel ander beeld.” Hij is het echter met Van der Velde eens dat als een film je emotioneel weet te raken, dat het beeld voor zijn part gedeeltelijk uit sneeuw kan bestaan. Dat maakt dan niet meer uit. Dus films alleen voor ander platforms dan de bioscoop zouden best kunnen, zelfs in het twijfelachtige filmlandschap van Nederland.
Eng
Dagan Cohen, oprichter van Upload Cinema (dat zich elke maand focust op bijzondere Youtube-filmpjes), stelt dat de Nederlandse filmmaker  vooral bang is voor internet. “Internetgebruikers zappen nog sneller dan tv-kijkers. De rust van de bioscoop ontbreekt bij hen. En dus moet je veel sneller to-the-point komen, aandacht vangen.” En dat is iets nieuws in de filmwereld. Mooie, opbouwende scènes – die nu al vaak sneuvelen in de montage – zouden ten dode opgeschreven zijn. En nieuwe dingen zijn eng. “De filmwereld heeft altijd vijftien jaar vertraging op de muziekwereld. En daarom sukkelt het nu in een soort trage ganzenpas over de weg die de muziek allang voor ze heeft platgetrapt,” aldus Van der Velde, die zuchtend zijn hoofd schudt. “Dat klopt,” aldus Cohen.
Traditie
“De attentiespanne van de kijker wordt ook steeds korter. De gemiddelde internetgebruiker heeft dezelfde dosis aandacht als een hamster. Tenzij er één van de drie G’s wordt gebruikt. Grof, Geil en Grappig,” Boermans grinnikt het bijna. Hij kijkt het publiek rustig rond. Tussen de drie andere gasten valt hij op met zijn donkere haren tussen de drie grijze oude rotten. Cohen lijkt Boermans even op de vingers te willen tikken. “De bioscoop is, net als het theater, traditie. Mensen blijven wel komen, ook voor de rust die zo’n bioscoop geeft tijdens het kijken. Er zijn minder prikkels dan op internet.” Volgens Cohen zijn korte films meer iets voor het internet, deze categorie laten de bioscopen vaak links liggen. Erik Wobma, regisseur van korte films, beaamd dit vanuit het publiek. Zijn films zijn alleen op festivals te zien, maar de discussie heeft hem doen inzien dat hij zijn films snel op Youtube zal moeten zetten.
Zellef doen
Een gast vraagt zich hardop af of het internet niet eerder de videotheek de das om zal doen, in plaats van de bioscoop. Internet is immers veel actiever, maar de bioscoop brengt meer sfeer met zich mee. Maar Cohen wijst weer op de traditiegetrouwheid van de Nederlanders. “Wij ouwe rotten vinden nieuwe dingen misschien eng, maar ons publiek is nieuwsgierig. Ze willen juist nieuwe dingen proeven,” aldus Van der Velde. Cohen knikt. “We zitten met een generatie die, net als kleine kinderen, alles ‘zellef doen’. Er is zoveel creativiteit op internet te vinden. En ze zouden ons allemaal kunnen leren hoe we die dikke boterham met kaas kunnen houden.” “Maar wij doen dat af als amateuristisch en steken onze kop in het zand,” Van der Velde grinnikt om zijn zelfspot. Cohen knikt weer. “Het is geen of/of, het is en/en. We moeten er alleen voor openstaan.” “Film wordt vanaf nu alleen nog maar leuker!” Boermans is enthousiast. Van der Velde pruilt. “Ik wou dat ik weer 17 was. Het is niet eerlijk dat ik alleen de bioscoop had in mijn jeugd, en dat alles nu zo glimt en leuk is.” De mannen schudden elkaar de hand en laten het publiek achter met hun eigen overpeinzingen. De discussie is nog lang niet afgelopen. Maar het is duidelijk dat als zelfs deze ‘oude rotten’ zich steeds meer naar de nieuwe platforms wenden, de toekomst in de Nederlandse film niet ver weg meer kan zijn.

dinsdag 18 mei 2010

Laptop-loos 57/365

Vandaag wordt een lange dag…

Gezien ik maar twee uur les heb op dinsdag en het gemiddelde gewicht van mijn tas indien ik mijn laptop meeneem, heb ik besloten dat vandaag niet te doen.
Maar normaal gezien is dat kleine, platte ding het enige dat me wakker weet te houden tijdens de les.

Laptops zijn namelijk enorm goed in iemand wakker houden. Met de (semi)constante verbinding met internet voorkomt het ding namelijk dat ik daadwerkelijk moet luisteren naar mijn saaie leraar. Met semi bedoel ik trouwens dat de internetverbinding op school niet zo best is. Hoewel Apples op school een vrij normaal gezicht zijn en de Windows computers in het gedrang komen zijn de Apple-gebruikers minstens drie keer per week aan het mopperen op het internet, zij kunnen het namelijk op de bovenste verdieping niet meer bereiken en ook niet in de achterste lokalen in het gebouw.
Maar ook Windows gebruikers zijn niet problemen vrij, constant valt de verbinding weg of blijkt er ineens iets fout te zijn met je inloggegevens waardoor je die nog 3 á 4 keer opnieuw moet invoeren.

Een rampensysteem dus waar elke gemiddelde student echt wel oplossingen op weet, maar de technische dienst wil nooit luisteren.
Tja, wie luistert er nou naar de volgende generatie die is opgegroeid met het systeem?