Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen

maandag 16 januari 2012

Vakantienederlanders

In het buitenland heb je twee soorten Nederlanders; zij die alles vergelijken met Nederland (en zich graag omringen met andere kaaskoppen), en zij die andere Nederlanders uit de weg gaan en eigenlijk niet eens hun eigen taal willen spreken (ze zullen in het vakantieland maar denken dat jij ook zo’n onbehouwen boer bent!).
“Ja gozer. We waren naar Berlijn en we wilden even lekker los gaan. En wij maar denken dat in Berlijn om de tien meter een kroeg en een club zit, niet dus! Vet zwak.” Berlijn. Een stad die bekend is om zijn bruisende energie, en mijn (ex)klasgenoten lopen te klagen omdat er ‘te weinig te doen is’? “We moesten echt een club googlen. En toen gingen we uiteindelijk naar de hipste club van Berlijn, was dat in een oud fabriekspand. Echt raar jongen.” Zo raar is dat eigenlijk niet, dan doe je tenminste nog iets zinnigs met leegstaande panden. Niet zoals hier in Nederland waar halve industrieterreinen leegstaan maar waar krakers weg worden gemept door de politie… “Ja maar man. Je zat wel in Berlijn, da’s anders daar.” Mijn ex-klasgenoot wordt door zijn vriend op de vingers getikt. Maar of hij met zijn opmerking iets positiefs bedoelt is mij een raadsel. “Gozer, Berlijn is raar. Dachten we ergens lekker Duits te gaan eten. Konden we alleen maar sushi, Italiaans, Mexicaans en dat soort shit vinden. Echt allemaal heel modern. Wij wilden gewoon ergens een stukkie vlees eten.” Auw… Vlees, aardappels en groenten…kan het nog Hollandser? “Volgende week Glasgow man. Wat stom dat je daar niet met normaal geld kan betalen. Ik moet nog naar de bank om die stomme ponden te regelen.”
Berlijn, Glasgow, Praag, steden die geroemd worden om hun cultuur, om hun ‘wereldsheid’ en moderniteit, en mijn klasgenoten klagen dat het er niet hetzelfde is als ‘thuis’. Want sinds wanneer is de pond (die toch al enkele eeuwen bestaat) geen ‘normaal geld’? Sinds wanneer is het verschrikkelijk als je eens iets anders moet eten? En sinds wanneer is het iets als je iets verder moet lopen voor een club met echte kwaliteit? Kennelijk is het dodelijk want ik hoor er vaker mensen over klagen op mijn universiteit. Maar gelukkig zijn er ook anderen. “Ja man, ik ga mee met de reis naar Praag! Wordt te gek! Utrecht en Amsterdam ken ik nou wel.” “Joh, we mogen wel eens even wat Tsjechisch leren. Mijn Duits is echt vercrackt.” “Weet je hoe goed dat bier daar is? Daarna drink je hier echt niet meer!” Nog steeds niet de boodschap waarop een land misschien hoopt, maar voor studenten is dit het grootste compliment dat ze een vakantieland kunnen geven.

maandag 19 december 2011

De regencultuur

“Hé bah! Ik ruik naar regen!” Een bekende treinreiziger kent die muffe lucht van natte kleren wel, maar voor onbekenden; na een flinke regenbui ruikt de hele treincoupé en al zijn inzittenden nogal muf en voel je nogal klam aan. “Ja, dat heb je in Nederland. We leven nu eenmaal in een regencultuur.” Een…wat? Een regencultuur? Wat is dat nou weer? De meisjes, en dus de discussie over de regencultuur, stappen de trein uit. Maar ik moet nog even door. En als ik niks te doen heb in de trein, dan ga ik nog wel eens zitten denken. Niet te vaak hoor, normaal doe ik een dutje.
Een regencultuur. Wat is dat precies? Is dat een cultuur in een land waar het veel regent? Want dan kunnen de Engelsen, Schotten, Ieren, Scandinaviërs en alle landen met een moesson-seizoen zich ook meteen bij ons aansluiten. Dan kun je toch al bijna spreken van een internationale cultuur en saamhorigheid. Of is een regencultuur iets voor een gebied met veel water? Hallo Amazonegebied, Venetië en een gedeelte van de VS! Een regencultuur kan natuurlijk ook iets anders voorstellen. Zou het een cultuur kunnen zijn waar alles wat ‘grauw’ is? De soberheid van Nederland was natuurlijk al vormgegeven in de schilderkunst van de 17de eeuw, maar zou die nu worden vormgegeven met het woord ‘regencultuur’? Tijdens regen is de wereld natuurlijk wat grauwer en donkerder, daar schuift die ‘Hollandse soberheid’ natuurlijk mooi bij aan, en de recessie past ook helemaal in dat plaatje!
Misschien… Maar misschien ook niet. Een regencultuur, wat bedoelden ze er toch mee? Jammer dat ik het niet heb kunnen vragen, want ik ben toch benieuwd wat nou precies een regencultuur inhoudt…

maandag 12 december 2011

Hollandse vriendelijkheid VS. openbaar vervoer

Cultuur, de Nederlandse identiteit, de oude ‘meesters’, briljante belichting in films. Het is allemaal mooi en aardig maar wat vergeten (maar zeer belangrijke) onderdelen van de cultuur zijn, zijn taal, eten, gebruiken en het gedrag van de ‘bevolking’. En vooral het gedrag van Nederlanders in het openbaar vervoer is af en toe wonderlijk. Ik moet bekennen dat ik niet weet hoe het in andere werelddelen gaat, maar tijdens mijn vakanties in Parijs en Londen heb ik nooit in dergelijke mate onbeschoft gedrag meegemaakt in de trein. Het lijkt of sommige Nederlanders het openbaar vervoer oprecht haten.
Luid praten (en/of bellen) in de stilte coupé en dan boos worden als iemand er iets van zegt. Voeten op de stoelen. Doodleuk een joint draaien in de trein (ik maak geen grapje…). Je muziek op volume 100 uit je koptelefoon, of muziek aan helemaal zonder het gebruik van oortjes. Smakken en je lunch herkauwen terwijl er iemand naast je zit. Hé, begrijp me niet verkeerd. Ik bel ook in de trein, en ik eet er ook. Net als elk mens heb ik behoefte aan eten en aan een praatje zo nu en dan. Maar het dempen van je stem, zodat niet de hele coupé meeluistert, is toch niet zo moeilijk? Of eten met je mond dicht…
Zo zat ik vandaag in de sprinter naar Wormerveer, naast me zat een vriendelijk ogende jongen die gewoon een pakketje brood uit zijn tas haalde. Niks mee mis! Tot hij begon te eten… Binnen enkele secondes begon ik te vermoeden naast een koe te zijn belandt. En dat vermoedde ik niet omdat hij in een kwartier zes boterhammen naar binnen werkte… Nee, de jongen had de onaangename gewoonte met mond open te eten, te boeren en ondertussen de allerlaatste druppels uit een pakje sap te willen krijgen. Nu vind ik het puur gemeen om er iets van te zeggen. Hij zal wel honger hebben, toch? Maar aan de andere kant vind ik het stiekem toch ontzettend onbeleefd om zo te eten met iemand naast je. Ik hoef geen herkauwde lunch te zien om acht uur ’s ochtends. Echt! Daar heb ik echt geen behoefte aan…
Maar als je denkt dat het in de bus beter is, vergeet het maar. Daar is het voornaamste probleem de mensen die nog even een sigaret willen roken in de laatste halve seconde voor de bus aankomt. Of mensen met enorme rugzakken die niet doorhebben hoe pijnlijk die elke keer in je rug ramt.
Maar nu heb ik weer genoeg gezeurd over onze ‘Nederlandse vriendelijkheid’, en stap ik lekker op de fiets om naar de film te gaan!

dinsdag 6 december 2011

Een Nederlandse meester, maar vooral een briljante tekenaar

“Pas op met de tafels. Om de tekeningen te beschermen kan het alarm af gaan als u ze aanraakt. Schrik daar niet van.” Omringt door gele muren en twee kleine schilderijen, de Fluitspeler en een portret van de meester Abraham Bloemaert, staat een kleine houten tafel met het tekenboek dat Bloemaert opstelde om als lesboek dienst te doen.
Pronkstukken
In een thematische opstelling heeft het Centraal Museum Utrecht hun tentoonstelling van Bloemaert gepositioneerd. Geen chronologisch volgorde dit keer, maar twee zalen met Bloemaerts religieuze vertellingen, één met zijn mythische werken, de vierde met landschappen, en de laatste met door hem geschilderde portretten. Twee pronkstukken van de tentoonstelling zijn De Aanbidding van de Drie Koningen, geleend van het Grenoble in Frankrijk. Het schilderij is één van de grootste stukken uit het oeuvre van de Nederlandse meesterschilder. Daarnaast heeft het museum ook Vanitas (1600-1605) in de collectie hangen, het enige geschilderde stilleven uit Bloemaerts werken.
Stijl
Bloemaert heeft in zijn religieuze werken meerdere keren hetzelfde geschilderd, maar steeds weer in verschillende stijlen. Jezus is in alle schilderijen duidelijk te herkennen aan de bleke huidskleur die de schilder aan de Messias heeft toegekend. Ook was Bloemaert duidelijk bekend met de Griekse mythen en sagen. Wat opvallend is aan de stijl van Bloemaert is dat hij twee gebruiken in zijn mythische taferelen combineert; de Griekse traditie om mensen (en zeker halfgoden en goden) semi-naakt af te beelden, maar dan met de Europese traditie van het realisme, en de anatomische studies. Waar in de Griekse schilderijen uit de Oudheid vrouwen bijzonder kleine borsten en (zeer) brede heupen hebben, komt de anatomie binnen Bloemaerts werken bijzonder goed overeen met de werkelijkheid. In zijn landschappen gebruikte Bloemaert meer fantasie. Zo bracht hij altijd bergen aan op de achtergrond van de Utrechtse omgeving. Nu is goed bekend dat Nederland zo plat is als een pannenkoek en geen bergen heeft. De oude meester heeft deze traditie dan ook waarschijnlijk overgenomen van zijn tijd in Frankrijk, aldus de gids van het museum.
Tekenaar
“Kunsthistorici stellen dat Bloemaert een grotere tekenaar was dan schilder,” vertelt de gids verder. Vandaar dat zijn tekeningen als centraal punt in de zaal zijn tentoongesteld op kleine tafels, er is ook nog een aparte entresol aan gewijd. Tekeningen uit Bloemaerts ‘lesboek’ zijn vergroot en op de muren aangebracht, terwijl er met een filmpje door zijn beroemde boek wordt gebladerd en pagina’s worden uitgelicht. Bloemaerts tekeningen zijn zeer gedetailleerd, en vaak beter uitgevoerd dan het uiteindelijke schilderij. Zo staan in zijn landschapstekeningen vaak zeer gedetailleerde en prominente bomen, die in zijn landschapsschilderijen vaak niet terug komen. Ook bij mensen toont hij in de tekeningen veel meer details, zoals ouderdom, uitdrukkingen en emoties. Dit is bijvoorbeeld te zien bij de tekening Sint Engelmundus (1630 – 1645).
Middagje
Er is geen twijfel dat Abraham Bloemaert een briljante schilder was, en één van de grote Nederlandse meesters. Maar de tentoonstelling over de schilder is samen te vatten in de uitdrukking klein maar fijn. Het is niet bombastisch groot opgesteld, en juist prettig voor een middagje slecht weer. Wat de gids beweert over de tekenaar die Bloemaert was, wordt sterk naar voren gebracht door de opstelling van de tentoonstelling. De tekeningen hebben een veel prominentere rol daarin. En daardoor komen zijn schilderijen, vergeleken met de bijbehorende tekeningen, vaak wat simpel over.

zaterdag 26 november 2011

Monoloog; Gedachten van een vermoeide Schrijfster

Bron: Office Word
Shit, een stukje tikken! Helemaal vergeten. Waar zal ik het nu eens over doen… Die excursie met school naar de tentoonstelling van Bloemaert? Nee, daar schrijf ik al een recensie over… De radio? Maar ik had twee weken geleden al een column over muziek. Hmm… Waarover nou toch? De kat! Ooh nee, die heb ik niet… Jammer. Een kat zou nu echt een goede uitkomst zijn!
Pfff… De radio helpt vandaag ook niet echt, wat is dit eigenlijk voor nummer? “Feel what you want to feel, what you want to feel, what you want to feel…” Ja, ontzettend inspirerend! Het is pas 00:26 en ik sta echt op instorten joh, wat ben ik nou voor nep-student dat ik niet eens lekker aan het feesten ben ergens. Hihi, yeah right, alsof ik zo’n heftig feestbeest ben.
Hmm… Ja, dat zou ik als onderwerp voor een stukje kunnen gebruiken maar of het nou geschikt is voor deze keer? Ik weet het niet… Nee, toch niet. Volgende keer misschien. Als ik het wat beter heb kunnen overdenken. Dat moet ik niet te snel en overhaast tikken, dan komt het er helemaal niet meer goed uit. Maar wat nu dan? Ik kan echt helemaal niks bedenken joh. Echt stom. Neem ik me nog zo dapper voor om een wekelijkse column en een wekelijkse boekrecensie te gaan schrijven, heb ik mijn boek nog steeds niet uit en was ik helemaal vergeten dat het vandaag alweer vrijdag is. Waardeloos! Boekrecensie; dat is ook een goede… Welke boeken heb ik afgelopen tijd nog gelezen? Ooh, Alleen Op De Wereld. Die heb ik afgelopen week weer eens gelezen. Dat boek blijft zo mooi, daar kan ik wel iets over schrijven. Die heb ik afgelopen maandag nog uitgelezen dus dat is nog recent. En oude meesterwerken vergaan niet, dus dat kan ik hartstikke goed doen.
FOCUS! Stukje, stúkje, stukjé, nee dat werkt ook niet… Grrr, weet je… Vergeet het! Ik ga naar mijn bed, dit schiet toch niet op!
En dit beëindigt de monoloog van deze avond, genaamd ‘Gedachten van een vermoeide schrijfster’. Dames en heren, gewaardeerde lezers, we hopen dat u van de show genoten heeft. In de hal is nog een hapje en een drankje te halen, en we hopen u allen terug te zien bij onze volgende voorstelling. Rijd u allen veilig en wij wensen u nog een prettige avond.

vrijdag 18 november 2011

De gek die een ets meenam voor een presentatie...

“Wie wil volgende week als eerste presenteren. Over Rembrandt?” De leraar keek zo hoopvol de klas in. Ach, dan ben ik er maar vanaf. Neutraal steek ik mijn hand op, samen met nog vijf anderen. “Geweldig! Ik mail jullie de opdracht, en hoop dat jullie er iets moois van maken!” Ja ja, alsof we niet allemaal weten hoe zo’n eerste presentatie gaat. Hakkelig, moeizaam, en dan krijg je een enorme lading kritiek van de leraar aan het einde.
Maar goed, de werken van Rembrandt. Daar moeten we maar even doorheen om de vraag of Rembrandt typerend voor de Nederlandse identiteit is te beantwoorden. En terwijl we met z’n vijven op school om de tafel zitten tijdens een brainstormsessie glijden mijn gedachten af, terug naar de lessen kunstgeschiedenis van die oorlogszuchtige tekenleraar op de middelbare school. Hij noemde Rembrandt de “Meester van de Nederlandse kunst”. Een genie, een briljante schilder. Maar technisch gezien was ‘schilder’ in de 17de eeuw een doodnormaal beroep waar scholen voor waren. Stijlen (ook die Rembrandt gebruikte) bestonden al generaties lang en werden hoogstens per leerling iets veranderd. Hoe kun je iemand als “briljant meester” bestempelen als hij gewoon die oude technieken van nog oudere ‘meesters’ combineert? Vanwege deze redenering in mijn hoofd sloot ik me vanaf die les praktisch volledig af voor mijn leraar. Zelfs het uitzicht op het schoolplein vond ik interessanter dan zijn lessen.
“Dus, welk werk gaan we tonen?” Ik schiet terug naar de hal op school en staar naar mijn groepsgenoten. Ze kijken bedenkelijk. “Het is jammer dat we geen echte Rembrandt kunnen tonen, dat zou wel ontzettend cool zijn!” Ze grinniken maar ik frons. En dan doe ik het aanbod waarvan ik me gisteren nog had voorgenomen het niet te doen. “Nou… dat zou best kunnen. Geen schilderij, maar er is een ets van Rembrandt in mijn familie, misschien mogen we die lenen?” Ze staren me aan alsof ik gek ben, en eigenlijk hebben ze gelijk. Wie neemt er nou een echte Rembrandt (ets of schilderij) mee naar school? Maar ik heb het aanbod aangereikt en binnen een minuut hapt de eerste toe, als vissen naar een stukje brood aan een haak. Dus fiets ik door de kou, en grom ik woest dat ik in de spits in de trein zit met een schilderij in mijn tas die zorgt dat die niet meer dicht kan. Maar, en dat maakt het toch even waard, de leraar is omver geblazen door het feit dat we “een echte” hebben in de presentatie. Bijna kwijlend staat hij ernaar te kijken, me honderden vragen erover stellend die ik niet kan beantwoorden.
De schilderkunst en ik. Wij hebben nooit echt met elkaar door een deur gekund. Gebrek aan interesse aan mijn kant, gebrek aan herkenning in de schilderijen. Wie zou het weten? Maar de liefde is nu nog bekoelder dan anders.

maandag 14 november 2011

Ontkomen aan het script van je cultuur

Ouders en pubers botsen. Dat is een feit gelijk aan een natuurwet. Je wilt je eigen leven, zonder hun bemoeienis, leiden. Klinkt bekend hmm??  Maar hoe zet je je af als er een hele familie met een hele culturele traditie tegenover je staat?
Zoektocht
‘Als je het oude script zomaar weggooit, zul je veel tijd kwijt zijn aan het schrijven van een nieuw. Dat je iets aanpast, dat kan ik begrijpen. […] Het huwelijk is slechts een van de vele onderdelen van dat script, Saira.’ Saira en haar oudere zus Ameena zijn in Amerika geboren en opgegroeid. Maar hun ouders komen uit het India en Pakistan van voor en vlak na het Engelse kolonialisme. Zij voeden hun dochters streng naar hun cultuur op, met het script van hun leven al geschreven. Ameena volgt dit uitgelegde pad braaf, maar Saira weigert zich bij haar ouders wensen neer te leggen. Ze wil haar eigen toekomst kunnen bepalen!
De hand van mijn moeder van Nafisa Haji, zelf Amerikaanse van Indo-Pakistaanse afkomst, beschrijft Saira’s leven. Haar zoektocht als kind naar uitwegen, haar gevecht om vrij te komen tijdens haar puberteit. En als laatste haar definitieve uitbraak van de beklemmende familiebanden. Het mengen van twee culturen, tot een volledig nieuwe.
Gedetailleerd
Het verhaal geeft een kijkje in het leven van een kind met een hele andere culturele achtergrond. Het is zo gedetailleerd geschreven dat je niet alleen met Saira mee begint te leven, je loopt als het ware met haar door haar leven. Niet alleen huil je wanneer zij huilt, lach je wanneer zij lacht, maar je slaat een arm om haar heen wanneer ze zucht en denkt wanneer zij piekert. Maar Saira is gecompliceerd. Net als je denkt haar volledig door te hebben, verrast ze je opnieuw met haar keuzes. Haar ouders bezorgt ze zelfs meerdere keren bijna een zenuwinzinking.
In het verhaal verbaast Saira zich over haar eigen moed. Ze wil wel vrij zijn, maar is bang iedereen van wie ze houdt kwijt te raken. Schrijfster Nafisa Haji vertelt deze tweestrijd, tussen Saira’s vrijheid en haar liefde voor haar familie, op een zeer bijzondere manier. Het verhaal ligt je niet zo zwaar op de maag dat het langdradig wordt, maar is ook niet zo luchtig dat het onbelangrijk lijkt. Saira is wie ze is, niet meer en niets minder.
Ontroerend
Saira’s gevecht is bewonderenswaardig. Veel kinderen zetten hun strijd voor vrijheid uiteindelijk toch niet door en deze puber doet dat wel, ten overstaan van haar hele familie. Maar het meisje is ook ontroerend, omdat ze toch elke keer twijfelt aan zichzelf. De hand van mijn moeder vertelt een bijzonder verhaal en leest heerlijk weg. Het overdondert je niet met een lawine aan wrok jegens een andere cultuur, het laat je achter met het gevoel dat je kinderen met twee culturen beter kan begrijpen. ‘De grootste waarheden kunnen in fictie schuil gaan.’
De hand van mijn moeder
Nafisa Haji
Paperback
ISBN: 9789022552957
300 pagina’s

vrijdag 11 november 2011

Jankende gitaren op de fiets

Je zit in de auto. Buiten is het winter maar met de loeiende verwarming heb je daar gelukkig geen last van. Dat apenpakje met stropdas en colbertje dat je van je baas aanmoet doe je straks wel aan. Maar nu even lekker naar de radio luisteren, even ontspannen voor je weer de hele dag moet vergaderen.
Muziek… Je zou zeggen dat het maar iets kleins is. Veel mensen vinden dat de ontwikkelingen van de laatste jaren de ‘werkelijke muziek’ alleen maar aantast. Maar bedenk je nog eens hoe klein de rol van muziek in je dagelijks leven is. Werkend achter je computer, lezend op de bank, in de auto, wanneer heb jij je radio, je iPod/mp3 of je muziekbestanden niet aanstaan? Bovendien is muziek in nog veel meer gevallen belangrijk, in andere culturele sectoren bijvoorbeeld.
Zo hebben mijn vrienden en ik ooit een filmpje voor het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) moeten maken. Dat was in het vierde jaar van de HAVO dus je kan je wel voorstellen dat we eigenlijk met hele andere dingen dan school bezig waren maar dit was een leuke opdracht. We wilden een horrorfilmpje van een minuut of tien maken maar toen we het in elkaar monteerden was het meer een comedy. Het was zo hilarisch dat we het eigenlijk niet aan de klas wilden laten zien, omdat we bang waren voor schut zouden staan. Toen we het als test aan mijn vader lieten zien wist die onmiddellijk wat eraan scheelde; er zat geen muziek onder! Met een paar drukken op een paar knoppen zette hij er spannende muziek onder, en ineens was onze comedy een (bijna) echte horrorfilm geworden! Zonder dat er iets aan de beelden was veranderd was de sfeer ineens helemaal omgeslagen. En toen besefte ik ineens wat de macht is van muziek.
Als ik nu te laat ben voor de trein en ik snel moet fietsen zorg ik dat er rock-nummers in de playlist van mijn iPhone staan. Ben ik wat down, dan zet ik er vrolijke upbeat nummers in. Met jankende gitaren in mijn oren fiets ik ongemerkt een stuk sneller, en vrolijke tunes zoals die van Disney soundtracks maken me vrolijk. In Top Gear zei Jeremy Clarkson het ook al: “If you want to drive nice and safe, you can listen every kind of music. Except metal! Research showed that ‘angry tunes’, like metal, make you step on the gas pedal harder. Thus making you drive faster.”
En zo wordt alles en iedereen beïnvloed door muziek! Who knew? En nu ga ik lekker een uurtje naar de radio luisteren met een goed boek in mijn handen!

zondag 6 november 2011

De toekomst haalt de film langzaam weer in

Wat te doen als je publiek zich steeds meer focust op het internet? Met bezuinigingen op cultuur, de toename van mediaopleidingen en de snellere generaties hebben filmmakers in de 21ste eeuw het zwaar. Of moeten ze gewoon hun blikveld verbreden?
De -NBF heeft juist vanwege deze vraag een discussie -georganiseerd over Traditioneel versus Vernieuwend filmmaken. Onder leiding van moderator Mardou Jacobs geeft Regisseur Jean van der Veldede aftrap.. Kort geleden heeft hij All Stars 2: Old Stars  in de bioscopen gebracht. “All Stars is niet geschikt voor een ander platform. Comedy werkt namelijk aanstekelijk. Je hoort iemand anders in de zaal lachen, en dan ga je mee lachen. Dat werkt niet als je in je eentje naar een iPad zit te staren.” Maar, zegt de filmmaker wel, als een film je emotioneel weet te bewegen is de kwaliteit van latere zorg. “Vroeger op het internaat luisterde ik stiekem naar bandjes. Die kwaliteit was om te huilen, maar ze raakten me wel. Dus interesseerde me het niet als het geluid kraakte.”
Wetten
Of filmmateriaal echter geschikt is voor de kwaliteit die een iPhone of iPad met zich meedragen is altijd de vraag. De Nederlandse filmmakers durven het risico met hun materiaal vaak nog niet aan. Bobby Boermans deed het echter wel. Hij maakte met Claustrophobia een film die alleen maar te krijgen is via een download. Er komt geen wit doek aan te pas. Hij vertelt dat het hem wel zwaar viel om het te draaien. “Ik stond er niet bij stil toen ik dit project begon, maar tijdens het draaien moest ik ineens met hele nieuwe dingen rekening houden. De ongeschreven wetten over geluid en beeld die er in de filmwereld bestaan gingen ineens niet meer op, want een iPad heeft hele andere speakers en een heel ander beeld.” Hij is het echter met Van der Velde eens dat als een film je emotioneel weet te raken, dat het beeld voor zijn part gedeeltelijk uit sneeuw kan bestaan. Dat maakt dan niet meer uit. Dus films alleen voor ander platforms dan de bioscoop zouden best kunnen, zelfs in het twijfelachtige filmlandschap van Nederland.
Eng
Dagan Cohen, oprichter van Upload Cinema (dat zich elke maand focust op bijzondere Youtube-filmpjes), stelt dat de Nederlandse filmmaker  vooral bang is voor internet. “Internetgebruikers zappen nog sneller dan tv-kijkers. De rust van de bioscoop ontbreekt bij hen. En dus moet je veel sneller to-the-point komen, aandacht vangen.” En dat is iets nieuws in de filmwereld. Mooie, opbouwende scènes – die nu al vaak sneuvelen in de montage – zouden ten dode opgeschreven zijn. En nieuwe dingen zijn eng. “De filmwereld heeft altijd vijftien jaar vertraging op de muziekwereld. En daarom sukkelt het nu in een soort trage ganzenpas over de weg die de muziek allang voor ze heeft platgetrapt,” aldus Van der Velde, die zuchtend zijn hoofd schudt. “Dat klopt,” aldus Cohen.
Traditie
“De attentiespanne van de kijker wordt ook steeds korter. De gemiddelde internetgebruiker heeft dezelfde dosis aandacht als een hamster. Tenzij er één van de drie G’s wordt gebruikt. Grof, Geil en Grappig,” Boermans grinnikt het bijna. Hij kijkt het publiek rustig rond. Tussen de drie andere gasten valt hij op met zijn donkere haren tussen de drie grijze oude rotten. Cohen lijkt Boermans even op de vingers te willen tikken. “De bioscoop is, net als het theater, traditie. Mensen blijven wel komen, ook voor de rust die zo’n bioscoop geeft tijdens het kijken. Er zijn minder prikkels dan op internet.” Volgens Cohen zijn korte films meer iets voor het internet, deze categorie laten de bioscopen vaak links liggen. Erik Wobma, regisseur van korte films, beaamd dit vanuit het publiek. Zijn films zijn alleen op festivals te zien, maar de discussie heeft hem doen inzien dat hij zijn films snel op Youtube zal moeten zetten.
Zellef doen
Een gast vraagt zich hardop af of het internet niet eerder de videotheek de das om zal doen, in plaats van de bioscoop. Internet is immers veel actiever, maar de bioscoop brengt meer sfeer met zich mee. Maar Cohen wijst weer op de traditiegetrouwheid van de Nederlanders. “Wij ouwe rotten vinden nieuwe dingen misschien eng, maar ons publiek is nieuwsgierig. Ze willen juist nieuwe dingen proeven,” aldus Van der Velde. Cohen knikt. “We zitten met een generatie die, net als kleine kinderen, alles ‘zellef doen’. Er is zoveel creativiteit op internet te vinden. En ze zouden ons allemaal kunnen leren hoe we die dikke boterham met kaas kunnen houden.” “Maar wij doen dat af als amateuristisch en steken onze kop in het zand,” Van der Velde grinnikt om zijn zelfspot. Cohen knikt weer. “Het is geen of/of, het is en/en. We moeten er alleen voor openstaan.” “Film wordt vanaf nu alleen nog maar leuker!” Boermans is enthousiast. Van der Velde pruilt. “Ik wou dat ik weer 17 was. Het is niet eerlijk dat ik alleen de bioscoop had in mijn jeugd, en dat alles nu zo glimt en leuk is.” De mannen schudden elkaar de hand en laten het publiek achter met hun eigen overpeinzingen. De discussie is nog lang niet afgelopen. Maar het is duidelijk dat als zelfs deze ‘oude rotten’ zich steeds meer naar de nieuwe platforms wenden, de toekomst in de Nederlandse film niet ver weg meer kan zijn.

zaterdag 5 november 2011

De beschaafde cultuurbarbaar

“Maar beste! Rembrandt is toch niet te vergelijken met Michelangelo! De volksheid van Rembrandt’s schilderijen, dat is nou de Nederlandse cultuur.” Met een opgetrokken wenkbrauw kijk ik over de rand van mijn boek. Wat? Hoe ben ik nou weer tussen deze discussie belandt? De twee dames staan voor de boekenkast tegenover me. Zou ik ze om stilte manen, het is immers een bibliotheek? Hoewel… Ik kijk naar de hooggehakte schoenen. Ik denk dat die dodelijk zijn, dus laat maar zitten. Stiekem bekijk ik de vrouwen verder, één van hen houdt Grunberg’s Tirza als een soort schild omhoog. Maar wat heeft ze daarachter verstopt? Met moeite kan ik de tekst op de band van het boek lezen. Stout van Heleen van Rooijen. HA! Betrapt! Beschaafd tot de voordeur! Nu zit ik zelf met Harry Potter in mijn hand hoor, maar ik probeer het niet te verstoppen.
Cultureel, beschaafd, opgevoed. Het zijn van die betekenisloze woorden geworden. Wil je ze nog mogen toepassen, dan moet je in een soort perfect keurslijf passen van wat andere mensen opvatten als cultuur. Maar wie vertelt mij waarom het één wel cultureel gewicht draagt, en het ander niet? Zo had ik een muziekleraar op de middelbare school die een vriendin van mij ooit een onvoldoende gaf omdat ze Eminem leuker vond dan Mozart. Hij gaf haar geen onvoldoende omdat ze haar keuze niet goed had beargumenteerd. Nee, hij gaf haar het gehate cijfer omdat Mozart cultureel was, en daarom beter! Mijn kunstgeschiedenis/tekenleraar van een paar jaar later probeerde ons in zo’n zelfde keurslijf te proppen. Kunst was kunst, en al het andere was troep, zo vond hij. De manier waarop ik schilderde, met veel kleuren en lekker eigenwijs, vond hij echt niet kunnen en daarom hebben de man en ik een jaar lang een puur psychische oorlogvoering gehouden. Maar wat hij ons leerde ging niet over modernere kunstenaars, nee alleen over de ‘culturele klassiekers’.
Ik ben dat keurslijf zat! Wat is er mis met grappig? Met vernieuwend? Dat stoffige schud ik van me af en ik sta tegenover de wereld met open armen. Kom maar op, overdonder me maar met kleur, geluid en tekst. Ik ben er klaar voor. IK ben de beschaafde cultuurbarbaar!

zondag 6 februari 2011

Cultuur verandert, veranderen wij mee? 331/365

Herinner je je nog die dagen waarop je door je ouders van het ene museum naar het andere werd gesleept? Deel van je opvoeding, noemden ze dat. En dan moest je later weer op school naar artistieke meesterwerken als de films van Kafka kijken, en literaire meesterwerken lezen. Maar als je dan een keertje naar een concert wilde mocht je niet want het was gevaarlijk, of ze vonden het geldverspilling, of tijdverspilling. Er lijkt altijd een soort algemeen geaccepteerd beeld te zijn van wat cultureel en kunstzinnig is en wat niet. Videokunst zoals de video’s van Nina Yuen en van het evenement Upload Cinema worden door vele gezien als iets grappigs en een leuke uitspatting, maar het is geen kunst. Graffiti wordt gezien als barbaars en vandalisme, en veel controversiële kunst van jonge kunstenaars wordt afgedaan als prutswerk en er wordt gezegd dat ze nog veel te leren hebben.
Is kunst niet dat, waar de kijker iets bij voelt? Zijn concerten van populaire bands niet net zo cultureel als de schilderijen van Rembrandt? En video’s op Youtube, dat zijn toch net zulke artistieke uitspattingen als de boeken van Harry Mulisch? Velen zullen zeggen van niet, Youtube en concerten zijn volksvermaak, Mulisch en Rembrandt zijn cultureel erfgoed. Dat kan best wezen, maar cultuur verandert, mensen veranderen. Elke generatie maakt de kunst die we kennen en hebben geaccepteerd veranderingen door. Deze veranderingen moeten langzaam maar zeker geaccepteerd, en niet weggeduwd worden. Hiphop is inmiddels net zo cultureel als de klassieke symfonieën van Beethoven en Mozart. Ze zijn door deze generatie omarmd en meegenomen, net zoals de volgende generatie weer met een nieuw soort muziek in de oren rondloopt. Bij schilderijen, beeldhouwwerken en films gaat het net zo. Cultuur wordt gevormd door het dagelijks leven, door en voor de mensen, maar ook door de ontwikkelingen van de techniek en het ontstaan van nieuwe techniek zoals internet, film, synthesizers en dergelijke. Zolang de mens verandert, verandert de cultuur en dus de kunst. Vasthouden aan vastgeroeste ideeën dat enkel klassieke muziek, en grote namen echte kunst produceren is een wanhopige poging terug te keren naar een verleden dat is vergaan. Dus oude sokken, laat jullie culture generatie los en open de armen voor de volgende generatie!

dinsdag 16 november 2010

Cultuur verandert! 255/365

Niet zo lang geleden was er een discussie over wat nu precies cultuur is, en wat er onder volksvermaak (en dus in de ogen van zogenaamde cultuurkenners ‘barbaars’) valt. Nu is ‘cultuur’ nogal een discussiepunt en is het oppervlakkig om er maar één definitie aan te geven. Geleerdheid heeft niks met muziekvoorkeur te maken en je bent niet direct een cultuurbarbaar als je hiphop boven Bach verkiest. En toch wordt dit wel gesteld.

Op het Montessori Lyceum Amsterdam, mijn oude middelbare school, loopt één muziekleraar rond. Deze meneer Thijs – zijn achternaam heb ik niet onthouden – gaf een klasgenoot van mij ooit een onvoldoende omdat zij op een toets had gezegd Eminem ‘beter’ te vinden dan Mozart. Dit zei de leraar; in werkelijkheid had mijn klasgenoot geschreven dat zij Eminem LEUKER (dus niet beter) vond dan Mozart, zij had haar mening volledig beargumenteerd en uitgelegd. De toets ging over je mening over verschillende soorten muziek. Thijs gaf haar een onvoldoende omdat hij het niet met haar eens was. hij beschuldigde haar ervan dat ze niet wist wat cultuur was. hiermee is het algemene oordeel over ‘wat cultuur is’ getoond. Storm, die onvoldoende was volledig onterecht!

We moeten dit algemene beeld van cultuur loslaten. Cultuur verandert per generatie, maar daar wordt geen rekening mee gehouden. Zo ontstaan er steeds meer ‘cultuurbarbaren’ puur omdat (vooral) de jongere generatie zich weinig interesseert voor schilderijen en beelden van ‘beroemde kunstenaars’. Ik zeg niet dat alle jongeren hier onder vallen, maar er zijn maar weinig mensen die elke dag klassieke muziek luisteren en elke week of maand wel naar het museum gaan om er ingewikkelde discussies over kunst te voeren. De culturele antropologie stelt dat elke (sub)groep binnen een samenleving zijn eigen vorm van cultuur heeft, en toch wordt iedereen over één kam geschoren in het oordeel of je een kenner of een barbaar bent. De ‘oude garde’ moet er mee leren leven dat de meningen veranderen, en dat er meer vormen van cultuur zijn dan de alleen door hen erkende vorm.

woensdag 10 november 2010

De stervende tolerantie 252/365

Nederland stond ooit bekend om haar tolerantie jegens anderen. In de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) hebben de Nederlanders zelf nog voor godsdienstvrijheid gevochten zodat men zich niet aan de wil van een ander hoefde te onderwerpen. De Gouden Eeuw was een welvarende tijd dankzij alle immigranten. Rijke hugenoten en joden vluchtten uit het katholieke Spanje, en uit de landen die toen bij Spanje hoorde (onder het Heilige Roomse Rijk), en namen naast geld en andere kostbaarheden ook kennis en handel mee. In de jaren ’70 (van de 20ste eeuw) haalde Nederland vele gastarbeiders uit Turkije en Marokko naar Nederland om hier te werken. Eigenlijk was het idee dat deze migranten weer terug zouden gaan naar ‘het eigen land’ en daarom vond niemand het ‘nodig’ om hen de Nederlandse taal te leren. Nederland zelf bood hen na jaren hier te hebben gewerkt de kans hun families hierheen te halen en hier te blijven wonen.

Deze mensen deden het werk waar wij ons te goed voor voelden, maar inmiddels behandelen de ‘trotse (nationalistische) Nederlanders’ hen als vuil. Ik begrijp dat men wil dat de generaties die hier wel zijn opgegroeid de Nederlandse normen en waarden handhaven maar nooit eerder in de Nederlandse geschiedenis werd er volledige assimilatie (assimilatie = het ‘weggooien’ van de cultuur die niet bij het ‘huidige’ land van verblijf hoort) van de andere cultuur geëist. Onze eigen minister van Binnenlandse Zaken, Piet Hein Donner, wil het automatisch registreren van ‘de tweede nationaliteit’ niet afschaffen in de veronderstelling dat: “Al zouden we de Marokkaanse nationaliteit niet registreren, dan blijft het kind Marokkaans.” Volgens hem kun je van een nationaliteit geen afstand doen, zo zegt hij in een artikel van Trouw. U kunt trots zijn op uzelf minister, u drukt mensen een stempel op. Ook als het kind zich op geen enkele manier verbonden voelt met het andere land en daar ook niet geregistreerd staat, heeft het volgens u nog steeds die nationaliteit. Puur omdat die volgens u bij geboorte, en dus genetisch, bepaald is. De culturele antropologie stelt dat nationaliteit en cultuur niet aangeboren, maar aangeleerd zijn. En dus is een kind bij geboorte een onbeschreven blad, waarbij het dus niet meteen ‘Marokkaans’ of ‘Nederlands’ is.

Nederland stond bekend om haar tolerantie jegens anderen, nu verwoesten Nederlandse jongeren moskeeën, bekladden ze synagogen en kijken ze burgers met de islam als geloof met de nek aan. Hoe slechter de economie, hoe sterker het nationalistische gevoel en hoe meer we ‘onze eigen cultuur moeten beschermen’. Die cultuur die al sinds de 16de eeuw uit migranten, verschillende geloven en samenwerken bestaat. De vorige uitbraak van het ‘ultieme nationalistische gevoel’ leidde in 1938 uiteindelijk tot de Tweede Wereldoorlog.
Als iedereen zich een beetje aanpast aan elkaar of tenminste voor elkaar openstaat en respect toont (en dan bedoel ik IEDEREEN, en niet alleen de Amerikanen, Nederlanders, Marokkanen, of welke andere cultuur dan ook), zouden er veel minder problemen zijn.

Nederland stond bekend om haar tolerantie jegens anderen. Die tolerantie sterft steeds meer een langzame en pijnlijke dood, het vecht om te overleven maar het wordt hem het niet makkelijk gemaakt.