Posts tonen met het label utrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label utrecht. Alle posts tonen

dinsdag 6 december 2011

Een Nederlandse meester, maar vooral een briljante tekenaar

“Pas op met de tafels. Om de tekeningen te beschermen kan het alarm af gaan als u ze aanraakt. Schrik daar niet van.” Omringt door gele muren en twee kleine schilderijen, de Fluitspeler en een portret van de meester Abraham Bloemaert, staat een kleine houten tafel met het tekenboek dat Bloemaert opstelde om als lesboek dienst te doen.
Pronkstukken
In een thematische opstelling heeft het Centraal Museum Utrecht hun tentoonstelling van Bloemaert gepositioneerd. Geen chronologisch volgorde dit keer, maar twee zalen met Bloemaerts religieuze vertellingen, één met zijn mythische werken, de vierde met landschappen, en de laatste met door hem geschilderde portretten. Twee pronkstukken van de tentoonstelling zijn De Aanbidding van de Drie Koningen, geleend van het Grenoble in Frankrijk. Het schilderij is één van de grootste stukken uit het oeuvre van de Nederlandse meesterschilder. Daarnaast heeft het museum ook Vanitas (1600-1605) in de collectie hangen, het enige geschilderde stilleven uit Bloemaerts werken.
Stijl
Bloemaert heeft in zijn religieuze werken meerdere keren hetzelfde geschilderd, maar steeds weer in verschillende stijlen. Jezus is in alle schilderijen duidelijk te herkennen aan de bleke huidskleur die de schilder aan de Messias heeft toegekend. Ook was Bloemaert duidelijk bekend met de Griekse mythen en sagen. Wat opvallend is aan de stijl van Bloemaert is dat hij twee gebruiken in zijn mythische taferelen combineert; de Griekse traditie om mensen (en zeker halfgoden en goden) semi-naakt af te beelden, maar dan met de Europese traditie van het realisme, en de anatomische studies. Waar in de Griekse schilderijen uit de Oudheid vrouwen bijzonder kleine borsten en (zeer) brede heupen hebben, komt de anatomie binnen Bloemaerts werken bijzonder goed overeen met de werkelijkheid. In zijn landschappen gebruikte Bloemaert meer fantasie. Zo bracht hij altijd bergen aan op de achtergrond van de Utrechtse omgeving. Nu is goed bekend dat Nederland zo plat is als een pannenkoek en geen bergen heeft. De oude meester heeft deze traditie dan ook waarschijnlijk overgenomen van zijn tijd in Frankrijk, aldus de gids van het museum.
Tekenaar
“Kunsthistorici stellen dat Bloemaert een grotere tekenaar was dan schilder,” vertelt de gids verder. Vandaar dat zijn tekeningen als centraal punt in de zaal zijn tentoongesteld op kleine tafels, er is ook nog een aparte entresol aan gewijd. Tekeningen uit Bloemaerts ‘lesboek’ zijn vergroot en op de muren aangebracht, terwijl er met een filmpje door zijn beroemde boek wordt gebladerd en pagina’s worden uitgelicht. Bloemaerts tekeningen zijn zeer gedetailleerd, en vaak beter uitgevoerd dan het uiteindelijke schilderij. Zo staan in zijn landschapstekeningen vaak zeer gedetailleerde en prominente bomen, die in zijn landschapsschilderijen vaak niet terug komen. Ook bij mensen toont hij in de tekeningen veel meer details, zoals ouderdom, uitdrukkingen en emoties. Dit is bijvoorbeeld te zien bij de tekening Sint Engelmundus (1630 – 1645).
Middagje
Er is geen twijfel dat Abraham Bloemaert een briljante schilder was, en één van de grote Nederlandse meesters. Maar de tentoonstelling over de schilder is samen te vatten in de uitdrukking klein maar fijn. Het is niet bombastisch groot opgesteld, en juist prettig voor een middagje slecht weer. Wat de gids beweert over de tekenaar die Bloemaert was, wordt sterk naar voren gebracht door de opstelling van de tentoonstelling. De tekeningen hebben een veel prominentere rol daarin. En daardoor komen zijn schilderijen, vergeleken met de bijbehorende tekeningen, vaak wat simpel over.

donderdag 17 februari 2011

Rotjeknor 345/365

Zoals Amsterdam ook wel Mokum wordt genoemd hebben de Rotterdammers ooit bedacht dat de andere naam voor hun stad Rotjeknor is. Maar het kan ook iets met carnaval te maken hebben, dat weet ik niet zeker gezien ik dat niet vier ‘als noorderling’.

Welkom in Nederlands lelijkste stad!! Als ik Rotterdamse lezers op mijn blog heb zullen die het scherm nu waarschijnlijk wegklikken maar ik kan met behoorlijk wat zekerheid zeggen dat ik nog nooit in een killere stad dan Rotterdam geweest ben (in Nederland dan…). Gezien de stad na de oorlog bijna geheel opnieuw opgebouwd moest worden is de bouwstijl niet klassiek maar ook niet futuristisch genoeg om echt aantrekkelijk te zijn. Het is grijs, kil, plastisch, en vooral heel koud maar dat komt door het weer. Wie heeft de wind aangezet?!
We hobbelen hier door de straten (meer waggelen als pinguïns eigenlijk) omdat onze leraar bedacht dat het heel erg goed was voor onze culturele ontwikkeling om de geschiedenis van een grote stad te bekijken. Dus werden de vijf klassen verdeeld onder Rotterdam, Amsterdam en Utrecht (groot, groter, klein…). Nu weet ik niet in hoeverre Amsterdam en Rotterdam volgens hem een geschiedenis hebben, want hij vindt dat die moet teruggaan tot de Middeleeuwen. Nou, Rotterdam heeft dat wel maar er is niks meer van te zien na de ‘vriendelijke’ actie van die bommetjes in de Tweede Wereldoorlog en naar mijn weten lag Amsterdam in de Middeleeuwen nog voor het (aller)grootste deel onder water… En Utrecht vind ik niet zo’n grote stad (daar gingen mijn Utrechtse lezers…).

Nu wil ik niemand tegen de schenen schoppen, het schijnt dat de Rotterdamse haven heel erg leuk is, maar zover gingen we niet. Het enige dat wij gezien hebben was een beetje van het centrum, en no offence maar daar is niet veel aan. Het centrum van Utrecht is hartstikke leuk voor een dagje winkelen en een avondje uit, maar de buitenwijken waar de studenten wonen zijn een beetje armzalig (in Amsterdam zijn ze dat ook, dus no offence again). En Amsterdam, ach daar woon ik al mijn hele leven dus daar vind ik sowieso weinig aan omdat ik het allemaal al een stuk of tien keer gezien heb… Tijd om naar Maastricht te gaan (waar ik nog nooit ben geweest, moet ik me nu schamen??).

donderdag 9 september 2010

De eerste dag 180/365

De eerste dag is altijd een hel…

De eerste dag op de basisschool, middelbare school, universiteit, HBO, een nieuwe baan, woonplaats, etc.
Alle eerste dagen zijn een ramp, ook als het je tweede jaar op school is. Wat trek je aan? Welke tas neem je mee? Wat voor houding pas je toe? Allemaal vragen die op dat moment van belang zijn want de indruk die je maakt op de eerste dag is bijna onmogelijk te veranderen.

In de omgeving van Utrecht en midden-Nederland begint vandaag het universitaire seizoen. De Hogeschool Utrecht is overstroomd door verdwaald ogende eerstejaars studenten en geïrriteerde tweedejaars die vinden dat de eerstejaars te langzaam lopen en in de weg staan (by the way, dat doen ze ook!). maar je ziet dat ook de tweedejaars bang zijn voor de eerste dag. Ze zien er net iets beter uit dan normaal en houden zich een klein beetje gedeisd tot ze weten hoe hun nieuwe klasgenoten in elkaar zitten.
Het ‘eerste-dag’ gedrag is dus niemand vreemd, ook volwassenen doffen zich op voor een solicitatie of de eerste werkdag. Mensen zijn het bangst voor wat anderen van ze denken. Ook al zeggen velen dat ze het niet interesseert wat anderen over ze zeggen.

zaterdag 22 mei 2010

Utrecht 82/365

Alex (mijn lieflijk irritante broertje) mag vandaag test-dummy zijn voor een nieuw spel. Gevolg daarvan is dat ik dat in de afgelopen 24 uur ruim 3000 keer gehoord heb. Ach hij vindt het geweldig dus ben ik blij voor hem dat hij hiervoor is uitgekozen.

Nou ja, alsof ik jaarlijks nog niet genoeg in Utrecht ben zijn Mardou en ik de stad in. We hadden twee en een half uur om door de stad te slenteren voor we Alex weer op moesten halen, en in die tijd hebben we allebei een paar leuke dingen gevonden.
Eigenlijk best grappig, ik kom namelijk zelden in het centrum van Utrecht, terwijl in de buitenwijk genaamd de Uithof echt niks te beleven valt, behalve in slaap vallen dan maar dat komt door mijn opleiding dus laten we dat niet op de wijk afschuiven. Het centrum van Utrecht is best mooi maar ik heb gewoon niet zoveel met de stad zelf. Ik vind Amsterdam ook niet zo speciaal maar daar woon ik al 17 jaar dus dat is niet zo heel raar. Mensen kijken me raar aan als ik zeg dat ik nooit in Utrecht wil wonen omdat iedereen het zo’n leuke en gezellige studentenstad vindt. Maar ik voel dat er gewoon niet bij. Voor een dagje winkelen is de stad ideaal, met gezellige terrasjes en alles, maar meer dan dat…nee.

Maar nu struinen Mardou en ik winkel na winkel af, inmiddels in bezit van drie extra tassen omdat elke winkel om een onbekende reden perse een tas bij elke aankoop doet terwijl ze makkelijk kunnen zien dat je al twee tassen hebt en daar echt nog wel iets bij kan. Misschien moeten we ze maar eens in elkaar passen.
Altijd leuk, zo’n ongepland dagje de stad in.

P.S. Misschien heeft iemand het gemerkt, maar ik ben eindelijk weer helemaal bij met de blogs posten. En dit gaat zo blijven (tenzij ik op vakantie ben, maar dat is een ander geval).

Protestdemonstratie 81/365

Vandaag was de demonstratie van studenten tegen het afschaffen van de studiefinanciering, het was lichtelijk waardeloos.

Ik ben student, en ik wil absoluut niet dat de studiefinanciering afgeschaft wordt of wordt omgezet in een algemene lening. Maar wat ze vandaag als ‘protestdemonstratie’ probeerden te verkopen was een klein beetje waardeloos.
Ik schat dat er zo’n 1000 studenten zijn gekomen, terwijl tijdens het scholieren protest tegen de 1040 uren-norm twee jaar geleden ruim 15.000 middelbare scholieren kwamen opdagen. Ik stond daar toen ook tussen en dat had uiteindelijk het gewenste effect.

De enige boodschap die enigszins effect zou kunnen hebben was SP-leider Emiel Roemers die begon met: “Tegen al mijn collega’s wil ik zeggen: blijf met je tengels van de studiefinanciering af!”
Maar verder, het was het gewoon niet. Het had een actie van duizenden studenten geweest kunnen zijn. Maar doordat het te kleinschalig aan was gepakt wisten alleen de Universiteit en Hogeschool van Amsterdam er vanaf. Ik doe immers de journalistiek opleiding in Utrecht, en zelfs daar had niemand ervan gehoord. En wij horen dat soort dingen te weten, met het oog op ons beroep in de toekomst.

Ik pleit absoluut dat er nog een actie moet komen, maar dan raad ik ook een betere organisatie aan en kondig de actie ook landelijk aan. De hoeveelheid studenten die komen is cruciaal, dus probeer er 30.000 (studentenprotest 22 jaar geleden) te krijgen, en niet 1000.