En vandaag is het ‘pak-tas-weer-in-dag’ want ik ga naar mijn vader. Daarnaast heb ik vandaag te horen gekregen dat ik dit semester de laatste kans heb om economie te herkansen en daar ben ik bijzonder chagrijnig om want nu valt mijn hele leerschema dat ik ervoor had opgesteld en volgend semester wilde uitvoeren in het honderd!! Grr… heel fijn school…
Cultuur verandert, veranderen wij mee? Ik niet. Ik doe lekker wat ik zelf wil!
Posts tonen met het label SvJ. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SvJ. Alle posts tonen
dinsdag 1 maart 2011
Inzage 352/365
Vandaag was de inzage van Economie. Ja, dat tentamen waarvoor ik zo grandioos ben gezakt en waar ik zo’n ongelofelijke pesthekel aan heb!! Dus ik ben er maar naar toe gegaan in de hoop er toch nog drie vragen bij te kunnen praten, ik was niet succesvol.
Dit houdt dus in dat ik het tentamen gewoon moet herkansen en dat ik nu een ongelofelijk pesthumeur heb. Want mijn hoofdpijn was eindelijk over na drie aspirines, tot dat de leraar 5 minuten begon te praten. Toen was de hoofdpijn weer terug. Grumpf…
Dit houdt dus in dat ik het tentamen gewoon moet herkansen en dat ik nu een ongelofelijk pesthumeur heb. Want mijn hoofdpijn was eindelijk over na drie aspirines, tot dat de leraar 5 minuten begon te praten. Toen was de hoofdpijn weer terug. Grumpf…
donderdag 17 februari 2011
Rotjeknor 345/365
Zoals Amsterdam ook wel Mokum wordt genoemd hebben de Rotterdammers ooit bedacht dat de andere naam voor hun stad Rotjeknor is. Maar het kan ook iets met carnaval te maken hebben, dat weet ik niet zeker gezien ik dat niet vier ‘als noorderling’.
Welkom in Nederlands lelijkste stad!! Als ik Rotterdamse lezers op mijn blog heb zullen die het scherm nu waarschijnlijk wegklikken maar ik kan met behoorlijk wat zekerheid zeggen dat ik nog nooit in een killere stad dan Rotterdam geweest ben (in Nederland dan…). Gezien de stad na de oorlog bijna geheel opnieuw opgebouwd moest worden is de bouwstijl niet klassiek maar ook niet futuristisch genoeg om echt aantrekkelijk te zijn. Het is grijs, kil, plastisch, en vooral heel koud maar dat komt door het weer. Wie heeft de wind aangezet?!
We hobbelen hier door de straten (meer waggelen als pinguïns eigenlijk) omdat onze leraar bedacht dat het heel erg goed was voor onze culturele ontwikkeling om de geschiedenis van een grote stad te bekijken. Dus werden de vijf klassen verdeeld onder Rotterdam, Amsterdam en Utrecht (groot, groter, klein…). Nu weet ik niet in hoeverre Amsterdam en Rotterdam volgens hem een geschiedenis hebben, want hij vindt dat die moet teruggaan tot de Middeleeuwen. Nou, Rotterdam heeft dat wel maar er is niks meer van te zien na de ‘vriendelijke’ actie van die bommetjes in de Tweede Wereldoorlog en naar mijn weten lag Amsterdam in de Middeleeuwen nog voor het (aller)grootste deel onder water… En Utrecht vind ik niet zo’n grote stad (daar gingen mijn Utrechtse lezers…).
Nu wil ik niemand tegen de schenen schoppen, het schijnt dat de Rotterdamse haven heel erg leuk is, maar zover gingen we niet. Het enige dat wij gezien hebben was een beetje van het centrum, en no offence maar daar is niet veel aan. Het centrum van Utrecht is hartstikke leuk voor een dagje winkelen en een avondje uit, maar de buitenwijken waar de studenten wonen zijn een beetje armzalig (in Amsterdam zijn ze dat ook, dus no offence again). En Amsterdam, ach daar woon ik al mijn hele leven dus daar vind ik sowieso weinig aan omdat ik het allemaal al een stuk of tien keer gezien heb… Tijd om naar Maastricht te gaan (waar ik nog nooit ben geweest, moet ik me nu schamen??).
Welkom in Nederlands lelijkste stad!! Als ik Rotterdamse lezers op mijn blog heb zullen die het scherm nu waarschijnlijk wegklikken maar ik kan met behoorlijk wat zekerheid zeggen dat ik nog nooit in een killere stad dan Rotterdam geweest ben (in Nederland dan…). Gezien de stad na de oorlog bijna geheel opnieuw opgebouwd moest worden is de bouwstijl niet klassiek maar ook niet futuristisch genoeg om echt aantrekkelijk te zijn. Het is grijs, kil, plastisch, en vooral heel koud maar dat komt door het weer. Wie heeft de wind aangezet?!
We hobbelen hier door de straten (meer waggelen als pinguïns eigenlijk) omdat onze leraar bedacht dat het heel erg goed was voor onze culturele ontwikkeling om de geschiedenis van een grote stad te bekijken. Dus werden de vijf klassen verdeeld onder Rotterdam, Amsterdam en Utrecht (groot, groter, klein…). Nu weet ik niet in hoeverre Amsterdam en Rotterdam volgens hem een geschiedenis hebben, want hij vindt dat die moet teruggaan tot de Middeleeuwen. Nou, Rotterdam heeft dat wel maar er is niks meer van te zien na de ‘vriendelijke’ actie van die bommetjes in de Tweede Wereldoorlog en naar mijn weten lag Amsterdam in de Middeleeuwen nog voor het (aller)grootste deel onder water… En Utrecht vind ik niet zo’n grote stad (daar gingen mijn Utrechtse lezers…).
Nu wil ik niemand tegen de schenen schoppen, het schijnt dat de Rotterdamse haven heel erg leuk is, maar zover gingen we niet. Het enige dat wij gezien hebben was een beetje van het centrum, en no offence maar daar is niet veel aan. Het centrum van Utrecht is hartstikke leuk voor een dagje winkelen en een avondje uit, maar de buitenwijken waar de studenten wonen zijn een beetje armzalig (in Amsterdam zijn ze dat ook, dus no offence again). En Amsterdam, ach daar woon ik al mijn hele leven dus daar vind ik sowieso weinig aan omdat ik het allemaal al een stuk of tien keer gezien heb… Tijd om naar Maastricht te gaan (waar ik nog nooit ben geweest, moet ik me nu schamen??).
Labels:
365,
amsterdam,
Middeleeuwen,
opdracht,
Rotterdam,
SvJ,
Tweede Wereldoorlog,
utrecht
donderdag 3 februari 2011
Redactievergadering... 329/365
Het vermoeiendste van de SvJ zijn niet de leraren, niet de lessen, maar de redactievergaderingen waarin niemand het eens kan worden. Na een halve dag bespreken en beraadslagen is het nu wel duidelijk dat de hoofdredacteur knopen moet gaan doorhakken. En in het proces van een hoofdredacteur benoemen, daar zitten we nu midden in.
Labels:
365,
doorhakken,
hoofdredacteur,
knopen,
proces,
redactie,
SvJ,
verdeeldheid
woensdag 8 december 2010
Camera, geluid, en we zijn live! 274/365
Vandaag was de uitzending waar ik het gisteren voor aan het monteren was. Je merkte duidelijk dat iedereen toch wat nerveus was. Deze uitzending werd namelijk ook live uitgezonden (op internet), dus er kon niks fout gaan want er kon niks overgedaan worden. Het oefenen ging eigenlijk ook verschrikkelijk slecht.
Oefenen: Na de derde keer oefenen wil ik toch wel iets eten voor ik van mijn stoel val van de honger, maar gezien ik het geluid doe willen ze dat ik eet en mijn aandacht bij het geluid houdt op hetzelfde moment. Gaven ze me vijf minuten dan had ik dit broodje allang op gehad!
Een minuut voor de uitzending: Je voelt de spanning in de regie-kamer stijgen. Dit is echt niet normaal, mensen zijn volledig aan het stressen hier!
Vijf minuten in de uitzending: Op de site waar er wordt uitgezonden is nu eindelijk geluid, er bleek een kabel kapot te zijn. Kreeg ik eerst de halve regie over me heen of ik dat niet op kon lossen. Jongens, ik doe dan wel het geluid maar de kabels bij de computer die het signaal op internet stuurt ligt echt ver buiten mijn terrein!
Twintig minuten in de uitzending: De halve regie schrikt zich dood van een zin van één van de twee presentatoren. Dat was een opmerking die eigenlijk niet kon! De eindredacteur had dat op het laatste moment nog verandert omdat hij de tekst ‘te saai vond’. Dat had hij ons ook wel even mogen vertellen!
Na de uitzending: Hoewel we het allemaal geweldig vonden om te doen, zijn we toch wel blij er van af te zijn. Het is allemaal zo hectisch en gehaast, persoonlijk vind ik er niet veel aan… De leraar zei wel dat hij het nog nooit zo soepel heeft zien lopen!
De rest van dit semester doen we radio, ik denk toch dat dat meer ‘mijn ding’ is.
Oefenen: Na de derde keer oefenen wil ik toch wel iets eten voor ik van mijn stoel val van de honger, maar gezien ik het geluid doe willen ze dat ik eet en mijn aandacht bij het geluid houdt op hetzelfde moment. Gaven ze me vijf minuten dan had ik dit broodje allang op gehad!
Een minuut voor de uitzending: Je voelt de spanning in de regie-kamer stijgen. Dit is echt niet normaal, mensen zijn volledig aan het stressen hier!
Vijf minuten in de uitzending: Op de site waar er wordt uitgezonden is nu eindelijk geluid, er bleek een kabel kapot te zijn. Kreeg ik eerst de halve regie over me heen of ik dat niet op kon lossen. Jongens, ik doe dan wel het geluid maar de kabels bij de computer die het signaal op internet stuurt ligt echt ver buiten mijn terrein!
Twintig minuten in de uitzending: De halve regie schrikt zich dood van een zin van één van de twee presentatoren. Dat was een opmerking die eigenlijk niet kon! De eindredacteur had dat op het laatste moment nog verandert omdat hij de tekst ‘te saai vond’. Dat had hij ons ook wel even mogen vertellen!
Na de uitzending: Hoewel we het allemaal geweldig vonden om te doen, zijn we toch wel blij er van af te zijn. Het is allemaal zo hectisch en gehaast, persoonlijk vind ik er niet veel aan… De leraar zei wel dat hij het nog nooit zo soepel heeft zien lopen!
De rest van dit semester doen we radio, ik denk toch dat dat meer ‘mijn ding’ is.
Monteren 273/365
Na het filmen van bejaarden dinsdag is het nu tijd om die beelden samen te vormen tot een interessant item.
Nadat ik mijn trein mistte door de gladheid, het heeft vannacht flink doorgesneeuwd, had de volgende een kwartier vertraging en nog was ik als eerste van mijn groepje die op school aankwam. Laura was per ongeluk in een stoptrein gestapt en Sanne zat bij de dokter en zou daarna komen.
Als laatste groepje waren we begonnen en als eerste waren we klaar. Met snel werken en weinig pauzes waren we al om twee uur weer buiten en op weg naar huis. Als de uitzending morgen ook zo verloopt, wordt het een eitje!
Nadat ik mijn trein mistte door de gladheid, het heeft vannacht flink doorgesneeuwd, had de volgende een kwartier vertraging en nog was ik als eerste van mijn groepje die op school aankwam. Laura was per ongeluk in een stoptrein gestapt en Sanne zat bij de dokter en zou daarna komen.
Als laatste groepje waren we begonnen en als eerste waren we klaar. Met snel werken en weinig pauzes waren we al om twee uur weer buiten en op weg naar huis. Als de uitzending morgen ook zo verloopt, wordt het een eitje!
Labels:
365,
glad,
item,
monteren,
SvJ,
uitzending,
vertraging
woensdag 13 oktober 2010
Statistiek 224/365
Statistiek was nog nooit zo vreselijk als vandaag!
Volgens mij schreef ik er al eerder over, maar we hebben weer les van de man die tijdens de eerste les zei: “Over drie kwartier moeten jullie bij vraag 10 zijn!”, en toen ervan door ging voor die drie kwartier. Toen hij terug kwam en wij nog niet verder waren dan vraag 5, sommigen waren bij vraag 7, vond hij dat belachelijk en werd hij zelfs lichtelijk boos! Hij ging ervan door, wij waren keihard bezig maar het lukte ons gewoon niet. Hij heeft het recht niet om boos op ONS te worden!
Vandaag is het niet veel beter, tijdens de tweede les was hij ziek. We hadden die dag een taak in moeten leveren waar hij verder geen contact met ons over zocht. Wij moesten hem uiteindelijk mailen erover.
Nu hebben we les drie van hem (tussendoor hadden we drie lessen van een ander), en we zijn de eerste twee taken aan het nakijken. Deze man doet alsof we achterlijk zijn, wordt geïrriteerd als we het gewoon niet begrijpen en symboliseert alles dat staat voor ‘contactgestoord’ ‘denigrerend’ en ‘wiskundenerd’. Onder andere vindt hij het belachelijk dat we niet weten waar het woord ‘steekproef’ vandaan komt (by the way: dat komt van kaas, vroeger stak men een stok in de kaas, draaide en trok het terug om daarna het stuk kaas dat eraan zat te proeven).
Ik vind het niet erg als iemand doet alsof ik gek ben, zolang ze maar normaal tegen me doen. Deze man doet alsof we achterlijk zijn, vraagt constant in een soort belerende toon of we het wel begrijpen en leunt achterover in zijn stoel alsof hij de koning te rijk is. Ik heb één keer eerder zo’n persoon ontmoet, ze was de begeleider van leerlingen met een achterstand op onze school en nam de zogenaamde NIJO – toets af. Dat is een toets waarin met onder andere een mini IQ – test wordt gekeken welk schoolniveau aan kan. Tijdens deze toets sprak ze tegen ons op een manier waarop je tegen kleine kinderen praat. We kregen nog net geen snoepje als we ‘de test goed en netjes gemaakt hadden’. Erger nog, toen mijn ouders naar school moesten komen om de uitslag te bespreken (ik mocht er niet bij zijn, standaardprocedure van de NIJO) ging ze ook zo tegen hen praten! Ze was ook compleet overrompelt toen mijn ouders haar simpelweg met woorden tot zwijgen wisten te brengen. Oh, die mensen waren toch niet zo dom als ze dacht. Daarna kregen we haar nog een keer als vervanger, tegen iedereen in de klas deed ze normaal BEHALVE tegen een jongen in mijn klas en mij. Omdat ze zich nog herinnerde dat wij de NIJO bij haar hadden moeten afnemen, en ze bleef dat de hele les doen.
Deze man doet dus precies hetzelfde, maakt constant verwijten naar hoe ‘journalisten met cijfers omgaan, dat je duidelijk kan zien dat ze er geen verstand van hebben’ en maar blijven vragen of we ‘het wel snappen’. En wat ik bedoelde met dat ‘wiskundenerd’: neem een verschrikkelijk ruitjesoverhemd in de broek gestopt, veel te grote bril, kalend, duidelijk niet geslaagd in het leven, vindt lesgeven vervelend, nasale monotone stem, etc. etc., en je hebt mijn leraar.
Volgens mij schreef ik er al eerder over, maar we hebben weer les van de man die tijdens de eerste les zei: “Over drie kwartier moeten jullie bij vraag 10 zijn!”, en toen ervan door ging voor die drie kwartier. Toen hij terug kwam en wij nog niet verder waren dan vraag 5, sommigen waren bij vraag 7, vond hij dat belachelijk en werd hij zelfs lichtelijk boos! Hij ging ervan door, wij waren keihard bezig maar het lukte ons gewoon niet. Hij heeft het recht niet om boos op ONS te worden!
Vandaag is het niet veel beter, tijdens de tweede les was hij ziek. We hadden die dag een taak in moeten leveren waar hij verder geen contact met ons over zocht. Wij moesten hem uiteindelijk mailen erover.
Nu hebben we les drie van hem (tussendoor hadden we drie lessen van een ander), en we zijn de eerste twee taken aan het nakijken. Deze man doet alsof we achterlijk zijn, wordt geïrriteerd als we het gewoon niet begrijpen en symboliseert alles dat staat voor ‘contactgestoord’ ‘denigrerend’ en ‘wiskundenerd’. Onder andere vindt hij het belachelijk dat we niet weten waar het woord ‘steekproef’ vandaan komt (by the way: dat komt van kaas, vroeger stak men een stok in de kaas, draaide en trok het terug om daarna het stuk kaas dat eraan zat te proeven).
Ik vind het niet erg als iemand doet alsof ik gek ben, zolang ze maar normaal tegen me doen. Deze man doet alsof we achterlijk zijn, vraagt constant in een soort belerende toon of we het wel begrijpen en leunt achterover in zijn stoel alsof hij de koning te rijk is. Ik heb één keer eerder zo’n persoon ontmoet, ze was de begeleider van leerlingen met een achterstand op onze school en nam de zogenaamde NIJO – toets af. Dat is een toets waarin met onder andere een mini IQ – test wordt gekeken welk schoolniveau aan kan. Tijdens deze toets sprak ze tegen ons op een manier waarop je tegen kleine kinderen praat. We kregen nog net geen snoepje als we ‘de test goed en netjes gemaakt hadden’. Erger nog, toen mijn ouders naar school moesten komen om de uitslag te bespreken (ik mocht er niet bij zijn, standaardprocedure van de NIJO) ging ze ook zo tegen hen praten! Ze was ook compleet overrompelt toen mijn ouders haar simpelweg met woorden tot zwijgen wisten te brengen. Oh, die mensen waren toch niet zo dom als ze dacht. Daarna kregen we haar nog een keer als vervanger, tegen iedereen in de klas deed ze normaal BEHALVE tegen een jongen in mijn klas en mij. Omdat ze zich nog herinnerde dat wij de NIJO bij haar hadden moeten afnemen, en ze bleef dat de hele les doen.
Deze man doet dus precies hetzelfde, maakt constant verwijten naar hoe ‘journalisten met cijfers omgaan, dat je duidelijk kan zien dat ze er geen verstand van hebben’ en maar blijven vragen of we ‘het wel snappen’. En wat ik bedoelde met dat ‘wiskundenerd’: neem een verschrikkelijk ruitjesoverhemd in de broek gestopt, veel te grote bril, kalend, duidelijk niet geslaagd in het leven, vindt lesgeven vervelend, nasale monotone stem, etc. etc., en je hebt mijn leraar.
Go Away Fair 223/365
De druk van mijn opleiding loopt langzaam op. De tentamens komen eraan, de laatste deadlines kloppen op de deur en informatiedagen melden zich.
Vandaag is de ‘Go Away Fair’, een ‘beurs’ met uitleg over de mogelijkheden van uitwisseling in het derde jaar. Ik had er meer van verwacht.
De beurs bestaat uit ongeveer vijftien stalletjes, elke faculteit één en twee voor de International Office. Verder nog een studentenvereniging voor buitenlandse studenten in Utrecht (niet voor Utrechtse studenten in het buitenland en daarnaast spreken de vier dames belabberd Engels, waarom ze hier staan is me dus een raadsel), een studentenvereniging die je ondersteunt tijdens uitwisselingen binnen Europa en die je aan internationale contacten kan helpen en een studentenvereniging die nauwe banden heeft met een school in Engeland. Verder nog een aantal organisaties die stages regelen in het buitenland en twee scholen die niet op de lijst met uitwisselingen staan. Mijn opleiding staat buitenlandse stages alleen toe tijdens de tweede stage in het vierde jaar, ALS je jezelf genoeg hebt bewezen in de stage van het derde jaar.
Geen informatie van de scholen waarmee uitwisseling mogelijk is, zelfs geen ‘afgevaardigden’ ervan. De informatie is karig en volledig in het Engels, dat vind ik geen probleem maar ik zie verdwaasde gezichten om me heen.
Mijn opleiding moet echt eens gaan leren dat de nieuwe lichting Nederlandse journalisten (afkomstig van de Hogeschool Utrecht) niet klaar is voor de internationale journalistiek, en dat de prijs van 195 euro voor taalcursussen daar niet echt bij helpt.
Vandaag is de ‘Go Away Fair’, een ‘beurs’ met uitleg over de mogelijkheden van uitwisseling in het derde jaar. Ik had er meer van verwacht.
De beurs bestaat uit ongeveer vijftien stalletjes, elke faculteit één en twee voor de International Office. Verder nog een studentenvereniging voor buitenlandse studenten in Utrecht (niet voor Utrechtse studenten in het buitenland en daarnaast spreken de vier dames belabberd Engels, waarom ze hier staan is me dus een raadsel), een studentenvereniging die je ondersteunt tijdens uitwisselingen binnen Europa en die je aan internationale contacten kan helpen en een studentenvereniging die nauwe banden heeft met een school in Engeland. Verder nog een aantal organisaties die stages regelen in het buitenland en twee scholen die niet op de lijst met uitwisselingen staan. Mijn opleiding staat buitenlandse stages alleen toe tijdens de tweede stage in het vierde jaar, ALS je jezelf genoeg hebt bewezen in de stage van het derde jaar.
Geen informatie van de scholen waarmee uitwisseling mogelijk is, zelfs geen ‘afgevaardigden’ ervan. De informatie is karig en volledig in het Engels, dat vind ik geen probleem maar ik zie verdwaasde gezichten om me heen.
Mijn opleiding moet echt eens gaan leren dat de nieuwe lichting Nederlandse journalisten (afkomstig van de Hogeschool Utrecht) niet klaar is voor de internationale journalistiek, en dat de prijs van 195 euro voor taalcursussen daar niet echt bij helpt.
Labels:
365,
beurs,
buitenland,
hogeschool utrecht,
stage,
SvJ,
uitwisseling
woensdag 6 oktober 2010
Presentatie Recht 216/365
Vandaag zijn onze presentaties Recht. De bedoeling is dat we iedere een rechtzaak naspelen. Mijn groepje en ik hebben de zaak Lucia de B. en dan het gedeelte waarin ze wordt veroordeeld tot levenslang en TBS met dwangverpleging.
We gaan zitten, ik (de rechter) in het midden, de ‘Officier van Justitie, a.k.a. Martin’ rechts van me en de ‘advocaat, ook wel Manouk genoemd’ links van me. Het requisitoir (stuk, pleidooi, dinges) van de Officier doet me niks, ik volg simpelweg ons vastgestelde plan. Maar zodra het (lichtelijk ellenlange) pleidooi van de advocaat het einde nadert word ik steeds nerveuzer. Dan is het ineens mijn beurt, ik slik en begin. En daar gaat het al mis in de eerste zin, ik begin te hakkelen en herstel mezelf met moeite. Rustig probeer ik verder te gaan, het volume van mijn stem te dempen en mezelf forcerend rustig te blijven praten, want anders word ik volledig onverstaanbaar doordat ik stop met articuleren. Dan gaat het opnieuw mis, ik voel het bloed naar mijn gezicht stijgen en klap dicht. Als ik mezelf een beetje ken, en gelukkig doe ik dat, weet ik dat ik nu mijn ademhaling moet gaan forceren om rustig te blijven voor ik helemaal dicht sla. Ik wend mijn gezicht af achter mijn handen, sluit een seconde mijn ogen en haal twee keer adem. Dan begin ik opnieuw en dit keer lukt het, hoewel mijn hartslag is opgelopen naar een ruime 120 slagen per minuut en mijn hoofd een tomaatachtige kleur heeft.
Maar we zijn lang niet zo goed als de drie klasgenoten die een echte rechtszaak bijna perfect nadoen (nadat ze de leraar hebben overgehaald verdachte te spelen). inclusief toga’s en rare witte slabbetjes.
We gaan zitten, ik (de rechter) in het midden, de ‘Officier van Justitie, a.k.a. Martin’ rechts van me en de ‘advocaat, ook wel Manouk genoemd’ links van me. Het requisitoir (stuk, pleidooi, dinges) van de Officier doet me niks, ik volg simpelweg ons vastgestelde plan. Maar zodra het (lichtelijk ellenlange) pleidooi van de advocaat het einde nadert word ik steeds nerveuzer. Dan is het ineens mijn beurt, ik slik en begin. En daar gaat het al mis in de eerste zin, ik begin te hakkelen en herstel mezelf met moeite. Rustig probeer ik verder te gaan, het volume van mijn stem te dempen en mezelf forcerend rustig te blijven praten, want anders word ik volledig onverstaanbaar doordat ik stop met articuleren. Dan gaat het opnieuw mis, ik voel het bloed naar mijn gezicht stijgen en klap dicht. Als ik mezelf een beetje ken, en gelukkig doe ik dat, weet ik dat ik nu mijn ademhaling moet gaan forceren om rustig te blijven voor ik helemaal dicht sla. Ik wend mijn gezicht af achter mijn handen, sluit een seconde mijn ogen en haal twee keer adem. Dan begin ik opnieuw en dit keer lukt het, hoewel mijn hartslag is opgelopen naar een ruime 120 slagen per minuut en mijn hoofd een tomaatachtige kleur heeft.
Maar we zijn lang niet zo goed als de drie klasgenoten die een echte rechtszaak bijna perfect nadoen (nadat ze de leraar hebben overgehaald verdachte te spelen). inclusief toga’s en rare witte slabbetjes.
Labels:
365,
klasgenoten,
presentatie,
Recht,
rechtzaak,
school,
stress,
SvJ
zondag 3 oktober 2010
De boswachter 200/365

In de herfst is er genoeg werk te doen in het bos. Volgens Natuurmonumenten is veel werk dat wordt bestempeld als ‘boswachterswerk’ inmiddels vrijwilligerswerk, maar daarnaast heb je nog de Bijzonder Opsporings Ambtenaar (BOA) en jachtopzichter. Aan hen is de taak om het bos en de dieren veilig te houden. In Leusden is deze taak onder andere weggelegd bij BOA Marinus van Doleweerd.
Het is 11 september 2008, RTV Utrecht bericht over het oppakken van een Engelse stroper in het gebied rond landgoed Scherpenzeel te Woudenberg. Marinus van Doleweerd, Bijzonder Opsporings Ambtenaar (BOA) en parttime jachtopzichter bij Stichting De Boom, heeft de stroper negen dagen achtervolgd voordat de politie genoeg bewijs had verzameld om hem te kunnen arresteren. Het is normaal werk als BOA, maar Marinus zegt dat zijn collega’s “stikjaloers waren” omdat hij een stroper te pakken kreeg.
Even voorstellen:
Marinus van Doleweerd (42) is zes jaar werkzaam als Bijzonder Opsporings Ambtenaar en parttime jachtopzichter bij Stichting De Boom in Leusden. Hij maakt deel uit van een team van drie mensen die het gebied van landgoed De Boom en landgoed Scherpenzeel in de gaten houden. Daarnaast helpt Van Doleweerd ook met het timmer- en schilderwerk van de landhuizen en soms met het werk in de natuur. Op zijn dertiende ging hij werken bij een lokaal kachelhout bedrijf. Van Doleweerd heeft van 1988 tot 1992 op de Lagere Technische School gezeten en heeft daarna nog een MBO timmercursus gedaan.
Impact
Marinus van Doleweerd werkt nu zes jaar als BOA en parttime jachtopzichter bij Stichting De Boom. De stichting beheert de ruim duizend hectare grond van landgoed De Boom in Leusden en een gedeelte van landgoed Scherpenzeel in en rond Woudenberg. Als BOA is hij belast met de bescherming van het bos en de dieren. Hij zorgt ervoor dat mensen hun honden niet los in het bos laten lopen en dat mountainbikers eruit blijven. “Een BOA is voor zijn werk volledig bewapend. Dat betekent dat ik in het bezit ben van een wapenstok, pistool, peperspray, handboeien, bonnenboek en portofoon.” Het is een keer voorgekomen dat hij heeft gedreigd geweld te gebruiken toen een hondeneigenaar na vier proces-verbalen, voor het los laten lopen van zijn hond, opnieuw terugkwam in het bos. “Loslopende honden zijn gevaarlijk, ze kunnen namelijk achter de reeën in het bos aangaan en hen ernstig verwonden.” Toen van Doleweerd de man erop wees dat het voor hem verboden was het bos nog langer te betreden, dreigde de man om Van Doleweerd te slaan. “Toen ik hem zei dat als hij mij zou slaan ik gemachtigd was geweld terug te gebruiken, liep hij weg. Maar zoiets heeft toch een impact op je.” Als BOA wordt hij ook opgeroepen om ‘vuil vlees’ op te ruimen. Dit zijn doodgereden dieren. Soms leven ze nog en het is dan aan Van
Doleweerd om er een einde aan te maken. “Je doet het zo snel mogelijk om zo’n dier niet langer te laten lijden, maar soms zijn er herten bij die alleen in shock lijken te zijn. Die neem ik dan mee en dan laat ik ze op het veld bij mijn huis rustig herstellen. Als het dier het dan toch overleeft geeft dat je een prachtig gevoel.” Favoriet
Van Doleweerd’s favoriete seizoen is toch wel de herfst, waarin het meeste werk is. Het jachtseizoen is dan weer begonnen. Van Doleweerd legt uit dat in de herfst de reeën liever in het open veld staan, waar ze geen bescherming hebben. “In de herfst kan het bos door de wind nogal tekeer gaan. De reeën hebben last van de vallende takken, kastanjes en eikels en het geruis in het bos maakt ze onrustig. Dus gaan ze het veld in.” Recht in het blikveld van de jagers. Er gelden dan wel strenge regels voor jagers, maar niet voor stropers. Een jager moet elk jaar een nieuwe vergunning aanvragen en mag geen geluidsdemper op zijn geweer zetten. Van Doleweerd vindt dit een vreemde regel, want het geknal van de geweren zorgt voor veel onrust in het bos en onder de dieren. Een stroper heeft geen regels omdat hij al tegen de wet in gaat. Dus kan hij een demper gebruiken, lasers om makkelijker te kunnen mikken en hij kan strikken zetten voor kleiner wild, maar ze kunnen ook gearresteerd worden omdat ze de jachtwet overtreden. “Die Engelse stroper gebruikte zijn hond. Zelf liep hij van de ene wal naar de andere om zo min mogelijk op te vallen en hij stuurde zijn hond achter de hazen aan. Als de hond dan een haas had doodgebeten gaf de baas een sein zodat de hond de haas liet liggen. De baas kwam de haas later pas ophalen. Toen we de stroper te pakken hadden hebben we zijn hond laten inslapen, zelf kreeg hij een boete van 650 euro.” Een veel te laag bedrag vindt Van Doleweerd.
Als jachtopzichter is Van Doleweerd onder andere verantwoordelijk voor het behoud van de wildstand. “Toen we van de overheid drie jaar niet op vossen mochten jagen werd het een chaos. De vossen zaten overal en het waren er veel te veel.”
Daarnaast maakt hij paden voor de dieren en zaait hij in de akkerranden eten in zodat de dieren makkelijker kunnen overleven. Zoals knollen en kool voor de hazen en bloemen en planten met zaden, zonnebloemen en wilde soorten graan, voor vogels en insecten. Daarnaast helpt hij met timmer- en schilderwerk bij de landhuizen die op het gebied van landgoed De Boom staan en helpt hij indien nodig met het behoud van het bos.Het werk als BOA en jachtopzichter heeft Van Doleweerd alerter gemaakt. Zijn vrouw heeft er wel eens commentaar op als hij thuis is omdat hij ook dan constant op zijn omgeving let. “Tijdens mijn werk vertrouw ik heel erg op mijn gevoel, op mijn zesde zintuig.” Er loopt al een paar dagen een vreemde man door een afgelegen deel van het bos, Van Doleweerd houdt het stuk en de man in de gaten want hij vertrouwt het niet. “Als ik het niet vertrouw zit ik er niet vaak naast.” Van Doleweerd ging dit werk doen omdat hij buiten kan werken in alle vrijheid en, zo bekent hij, ook vanwege het corrigerende optreden. Als kind bracht hij altijd wilde dieren mee naar huis en hij probeert zijn zoons tegen te houden hetzelfde te doen. “Onze achtertuin was een soort dierentuin toen ik klein was, ik wil mijn eigen tuin iets leger houden.” Ze mogen hem helpen met de dieren die hij zelf soms mee naar huis neemt en met de bijen die ze ook nog houden.
Lijk

Als we slippend over de modderige bospaden rijden zet Van Doleweerd de auto ineens stil. Hij ziet een kat tussen het gras, een soort die - net als honden - niet in het natuurgebied thuishoort. De kat sluipt nog een klein stukje verder het gras in en blijft dan staan. Hij kijkt naar ons, maar verdwijnt dan tussen de maïs. De sperwer waar Van Doleweerd zich even zorgen om maakte had de kat ook gezien, en was al opgevlogen. “Met katten is het altijd lastig. Mijn gebied valt half binnen provincie Utrecht en half binnen Gelderland. Ze hebben allemaal verschillende regels, in Gelderland mag ik zo’n kat bijvoorbeeld gewoon doodschieten maar in Utrecht weer niet. Ik zoek altijd liever eerst uit waar de kat vandaan komt voor ik zelfs maar denk over het doodschieten ervan. Als een boer zegt dat het hem niks uitmaakt als ik de kat dood is het al heel wat anders, maar als dat nou net de lievelingskat van zijn dochtertje is dan denk ik wel twee keer na over mijn acties.”
Dierenlijken zoals bij het opruimen van ‘vuil vlees’ of het moeten doden van een dier zijn één ding, maar een menselijk lijk is heel iets anders. Één keer heeft Van Doleweerd meegemaakt dat collega’s en hij een lijk aantroffen in het bos. “Zelfmoord. Het lichaam was al helemaal aangevreten door de vossen, we konden zo de schedel zien.” Elke BOA hoopt dat hij of zij nooit iemand hoeft te vinden die zichzelf van het leven heeft beroofd, vertelt hij.
Labels:
365,
boswachter,
Interview,
Interviewen,
opdracht,
school,
SvJ
Redactie Deadline 198/365
Later dit jaar krijg ik het vak Deadline, vrienden van me hebben het dit semester al.
Als ik de redactie inloop, om een vriend even gedag te zeggen, hoor ik het geratel van toetsenborden en zie ik hoe mensen toch een bril opzetten. Kennelijk hebben veel mensen een bril, maar hoeven ze die alleen te gebruiken als ze lang naar een computerscherm zitten te staren. Want dat is de essentie van het vak deadline: zoek je informatie en maak in één dag een volledige krant/uitzending en zorg dat je alles af hebt en hebt nagekeken in diezelfde dag. Het is een hectisch vak.
Persoonlijk lijkt het me wel interessant en leerzaam maar ik presteer dan ook het beste onder tijdsdruk. Maar andere mensen duidelijk niet. In mijn eigen klas zie ik het al gebeuren vlak voor het einde van een les waarin één artikel moet worden ingeleverd, steeds meer rookpauzes en als die niet snel genoeg kunnen worden genomen worden de rokers geïrriteerd en zenuwachtig. Maar bij Deadline is de gehele redactie onderverdeeld in kleinere redacties die wel vragen stellen aan elkaar en met elkaar overleggen maar verder zijn ze eigenlijk niet bij elkaar betrokken. Zo heb je de redacties Binnenland, Buitenland, Cultuur, Film, Reizen, etc. etc.. Ik kan eigenlijk niet wachten tot ik dit vak heb, helaas heb ik geen ‘krantenschrijfstijl’. Ik schrijf meer voor tijdschriften qua stijl. Reportages zijn mijn ding, geen saaie en droge stukjes. Eens kijken hoe ik me daar doorheen sla.
Als ik de redactie inloop, om een vriend even gedag te zeggen, hoor ik het geratel van toetsenborden en zie ik hoe mensen toch een bril opzetten. Kennelijk hebben veel mensen een bril, maar hoeven ze die alleen te gebruiken als ze lang naar een computerscherm zitten te staren. Want dat is de essentie van het vak deadline: zoek je informatie en maak in één dag een volledige krant/uitzending en zorg dat je alles af hebt en hebt nagekeken in diezelfde dag. Het is een hectisch vak.
Persoonlijk lijkt het me wel interessant en leerzaam maar ik presteer dan ook het beste onder tijdsdruk. Maar andere mensen duidelijk niet. In mijn eigen klas zie ik het al gebeuren vlak voor het einde van een les waarin één artikel moet worden ingeleverd, steeds meer rookpauzes en als die niet snel genoeg kunnen worden genomen worden de rokers geïrriteerd en zenuwachtig. Maar bij Deadline is de gehele redactie onderverdeeld in kleinere redacties die wel vragen stellen aan elkaar en met elkaar overleggen maar verder zijn ze eigenlijk niet bij elkaar betrokken. Zo heb je de redacties Binnenland, Buitenland, Cultuur, Film, Reizen, etc. etc.. Ik kan eigenlijk niet wachten tot ik dit vak heb, helaas heb ik geen ‘krantenschrijfstijl’. Ik schrijf meer voor tijdschriften qua stijl. Reportages zijn mijn ding, geen saaie en droge stukjes. Eens kijken hoe ik me daar doorheen sla.
Abonneren op:
Posts (Atom)