Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen

maandag 19 december 2011

De regencultuur

“Hé bah! Ik ruik naar regen!” Een bekende treinreiziger kent die muffe lucht van natte kleren wel, maar voor onbekenden; na een flinke regenbui ruikt de hele treincoupé en al zijn inzittenden nogal muf en voel je nogal klam aan. “Ja, dat heb je in Nederland. We leven nu eenmaal in een regencultuur.” Een…wat? Een regencultuur? Wat is dat nou weer? De meisjes, en dus de discussie over de regencultuur, stappen de trein uit. Maar ik moet nog even door. En als ik niks te doen heb in de trein, dan ga ik nog wel eens zitten denken. Niet te vaak hoor, normaal doe ik een dutje.
Een regencultuur. Wat is dat precies? Is dat een cultuur in een land waar het veel regent? Want dan kunnen de Engelsen, Schotten, Ieren, Scandinaviërs en alle landen met een moesson-seizoen zich ook meteen bij ons aansluiten. Dan kun je toch al bijna spreken van een internationale cultuur en saamhorigheid. Of is een regencultuur iets voor een gebied met veel water? Hallo Amazonegebied, Venetië en een gedeelte van de VS! Een regencultuur kan natuurlijk ook iets anders voorstellen. Zou het een cultuur kunnen zijn waar alles wat ‘grauw’ is? De soberheid van Nederland was natuurlijk al vormgegeven in de schilderkunst van de 17de eeuw, maar zou die nu worden vormgegeven met het woord ‘regencultuur’? Tijdens regen is de wereld natuurlijk wat grauwer en donkerder, daar schuift die ‘Hollandse soberheid’ natuurlijk mooi bij aan, en de recessie past ook helemaal in dat plaatje!
Misschien… Maar misschien ook niet. Een regencultuur, wat bedoelden ze er toch mee? Jammer dat ik het niet heb kunnen vragen, want ik ben toch benieuwd wat nou precies een regencultuur inhoudt…

maandag 12 december 2011

Hollandse vriendelijkheid VS. openbaar vervoer

Cultuur, de Nederlandse identiteit, de oude ‘meesters’, briljante belichting in films. Het is allemaal mooi en aardig maar wat vergeten (maar zeer belangrijke) onderdelen van de cultuur zijn, zijn taal, eten, gebruiken en het gedrag van de ‘bevolking’. En vooral het gedrag van Nederlanders in het openbaar vervoer is af en toe wonderlijk. Ik moet bekennen dat ik niet weet hoe het in andere werelddelen gaat, maar tijdens mijn vakanties in Parijs en Londen heb ik nooit in dergelijke mate onbeschoft gedrag meegemaakt in de trein. Het lijkt of sommige Nederlanders het openbaar vervoer oprecht haten.
Luid praten (en/of bellen) in de stilte coupé en dan boos worden als iemand er iets van zegt. Voeten op de stoelen. Doodleuk een joint draaien in de trein (ik maak geen grapje…). Je muziek op volume 100 uit je koptelefoon, of muziek aan helemaal zonder het gebruik van oortjes. Smakken en je lunch herkauwen terwijl er iemand naast je zit. Hé, begrijp me niet verkeerd. Ik bel ook in de trein, en ik eet er ook. Net als elk mens heb ik behoefte aan eten en aan een praatje zo nu en dan. Maar het dempen van je stem, zodat niet de hele coupé meeluistert, is toch niet zo moeilijk? Of eten met je mond dicht…
Zo zat ik vandaag in de sprinter naar Wormerveer, naast me zat een vriendelijk ogende jongen die gewoon een pakketje brood uit zijn tas haalde. Niks mee mis! Tot hij begon te eten… Binnen enkele secondes begon ik te vermoeden naast een koe te zijn belandt. En dat vermoedde ik niet omdat hij in een kwartier zes boterhammen naar binnen werkte… Nee, de jongen had de onaangename gewoonte met mond open te eten, te boeren en ondertussen de allerlaatste druppels uit een pakje sap te willen krijgen. Nu vind ik het puur gemeen om er iets van te zeggen. Hij zal wel honger hebben, toch? Maar aan de andere kant vind ik het stiekem toch ontzettend onbeleefd om zo te eten met iemand naast je. Ik hoef geen herkauwde lunch te zien om acht uur ’s ochtends. Echt! Daar heb ik echt geen behoefte aan…
Maar als je denkt dat het in de bus beter is, vergeet het maar. Daar is het voornaamste probleem de mensen die nog even een sigaret willen roken in de laatste halve seconde voor de bus aankomt. Of mensen met enorme rugzakken die niet doorhebben hoe pijnlijk die elke keer in je rug ramt.
Maar nu heb ik weer genoeg gezeurd over onze ‘Nederlandse vriendelijkheid’, en stap ik lekker op de fiets om naar de film te gaan!

zaterdag 10 september 2011

Gesprekken in de trein, deel 4

‘Wat ruik ik?’ Ik kijk op van mijn boek. Dat is wel een heel bekend luchtje. Zoekend kijk ik om me heen, net als de twee oudere dames in de vierzits naast me. Ze beginnen te giechelen als ik de ‘verspreider’ in zicht krijg. Twee jongen, in de vierzits schuin tegenover me, gekleed in ‘skater-outfits’, zijn bezig met het slopen van een aantal sigaretten. Tussen hen in staat een geopend zip-lock zakje met een zeer bekend ‘kruid’ erin. De overblijfselen van de sigaretten verdwijnen snel in de prullenbak en de tabak, met ‘extra inhoud’, wordt soepel en snel veranderd in een lange joint. Een joint gekleed in vloeipapier met vrolijk dansende aardbeitjes erop…
Inmiddels ruikt de hele coupé naar wiet, en als ze zo doorgaan met het maken van joints hobbel ik straks zo stoned als een garnaal de trein uit. Één van de twee jongens heeft een oplossing bedacht voor de geur, kennelijk zijn ze toch wat zenuwachtig voor als er een conducteur binnenkomt. Dus komt er een deodorant tevoorschijn, gevolgd door twee vrolijke zwaaibewegingen met zijn arm. Iedereen in een straal van twee meter om de zwaai heen begint te hoesten. Dit is een goede nominatie voor de eerste plek in ‘Stommiteit van de Dag Contest', hoewel een joint rollen in de trein sterk meedingt naar die plek, Ik focus me weer op mijn boek, tot de snijdende deo-geur ineens weer wordt verdreven door de zoete wietlucht. Serieus?? Één was nog niet genoeg? Oké, de joint in de trein wint de ‘Stommiteit van de Dag Award'! Als de joint af is worden ze opgeborgen in twee kokertjes. Één van de jongens zet zijn muts recht, de ander ruimt de spullen op. Een muziektijdschrift wordt uit een tas gehaald, net als een iPod met koptelefoon en een blikje bier. Het blikje wordt opengetrokken en aan de mond gezet. Alles aan de jongens straalt uit dat ze zichzelf heel stoer vinden. “Ugh Bavaria, dat is toch niet te zuipen schat.” Ik stik bijna in de slok water die ik net nam. Verstond ik dat nou goed? “Jij zuipt Heineken, dus ik kan sowieso beter drinken.” Die toon, serieus? Ik dacht dat homo’s alleen in cynische Amerikaanse sitcoms zo klonken… Laten we even duidelijk stellen dat ik niks tegen homo’s heb! En ook niet tegen Amerikanen, of cynisme. “Dat kan best zijn, maar ik kleed me tenminste beter.” De trein komt tot stilstand, de twee jongens stappen kibbelend als twee middelbare-school-meisjes uit. Ik zit nog een beetje verbaasd in mijn stoel. Opnieuw heb ik de uitdrukkingen ‘never judge a book by it’s cover’ in mijn gezicht gegooid gekregen.

maandag 5 september 2011

Gesprekken in de trein, deel 3

“Waar blijft die trein?!” Het perron op Amsterdam Bijlmer Arena stroomt steeds voller, voor zover dat nog mogelijk is gezien het feit dat iedereen tot de roltrap op elkaar gepakt staat. Honderden gesprekken lopen door elkaar, een groep jongens heeft het over voetbal, een aantal meiden heeft het over het creëren van ‘smokey-eyes’, weer andere mensen kijken geïrriteerd op hun horloge. Dan komt de trein eindelijk, een sprinter. Zodra de deuren opengaan heeft niemand een kans om uit te stappen, iedereen begint onmiddellijk te dringen om binnen te komen. Maar zelfs als iedereen zijn/haar buik inhoudt past nog maar de helft van de wachtenden in de trein. Volgens mij is die trein vol man!” “Jongens even duwen!!” “Ja joh, kom op zeg! Wij willen er ook nog bij!” Geen kans. Als sardientjes bij elkaar gepropt in een blikje - een heel lang, snelrijdend, wit-blauw-geel blikje – zitten we in de coupés gepropt. Er kunnen echt geen mensen meer bij, volgens mij is de maximum capaciteit van de trein allang overschreden, en de sprinter komt langzaam en piepend in beweging. De gesprekken van het perron worden voortgezet en de trein begint zich te vullen met lawaai, de benauwdheid van zoveel mensen bij elkaar en, langzaam en gevaarlijk als een tijger wachtend op zijn prooi, de stank van rokers, zwetende mensen, overdosissen parfum en verschillende versies van de ‘knoflook-adem’. Als een muur van pure kwaadaardigheid schuift deze combinatie van coupé naar coupé. Gekraak klinkt bovenin de trein en een blikken computerstem komt tot leven. “Het volgende station is Duivendrecht. Station Duivendrecht. U kunt hier…” De rest gaat op in de honderden niet-computer-stemmen “Ik kan me nergens vasthouden!” “Joh, dat heb je toch niet nodig.” En dan gebeurt het, de trein begint te remmen! “Woooooh…!” Eerst één stem, van iemand die als eerste zijn/haar evenwicht verliest, en vanuit daar klinkt het klassieke domino-effect door. De halve coupé valt bij in de klank, en gaat onderuit. Als de trein stilstaat krabbelt iedereen snel overeind, want in de halve seconde dat de trein zich vult met nieuwe zuurstof (en nieuwe passagiers) herleven de reizigers, als bloemen die na weken van droogte ineens weer een regenbui over krijgen. Weer gekraak, nu gevolgd door een menselijke stem. “Dames en heren, zoals u kunt merken zitten we errug vol. Dit komt door een storing tussen Amsterdam en Breukelen. Onze excuses voor het ongemak.” Druk? Echt waar? Dat was me nou niet opgevallen. Ik kijk naar de grond. Waren mijn tenen altijd al zo pannenkoeken-plat?

vrijdag 24 juni 2011

Gesprekken in de trein, deel 2

“Oooh, ik heb zo’n zin in een biertje joh. Een lekker biertje op het terras.” De jongens tegenover me zijn zo’n 14 jaar, echt niet meer. Één stopt ‘heel stoer’ een sigaret achter zijn oor. “Mevrouw, weet u hoe laat het is?” Auw… Mevrouw?! Zo oud ben ik ook weer niet! De één spuit een luchtje bij de ander (en zichzelf) op. “Moet je ruiken man! Dit is One Million man!” De coupé vult zich met een mierzoete chemische lucht, mijn arme neus. Nu komt er een gezichtscrème "tegen vermoeidheid" uit de tas. Ik heb nog nooit eerder zulke ijdele jongentjes gezien, oi…


“Ja, ik heb z’n knokkels kapot geslagen! Kom op man, knokkelen!” Waar is die grote honkbalknuppel als je hem nodig hebt?? “Ja ik ga gewoon woonjaren opbouwen bij m’n ouders en sparen voor een huis en dan verbouwen man!” “Man als je niet snel je kop houdt ga ik jouw gezicht verbouwen. Je praat poep man!” Ik kan het woord ‘man’ niet meer uitstaan… “Hé, daar is de Arena man! Ik ga dat gebouw echt een keer swaffelen man.” Eh… ooooké?? “Hé, hier was ooit die zwerver die een lot vond en 22 miljoen won!” “Oooh man, dan kom je uit je moeders buik en staat er meteen een vette auto voor je klaar!” “Hé man, waar is mijn sigaret heen?” Het onderdeurtje, a.k.a mister babyface van 15 jaar (hij zegt 16 maar net hoorde ik hem nog brullen dat hij “de club” in moest komen voordat de bewaking kwam omdat hij daar niet langs zou komen) kruipt onder de bank om zijn gevallen sigaret te pakken.

Ineens zien ze twee vrienden buiten staan, ze grijpen hun spullen en sprinten naar de treindeur. Maar de trein, die even stilstond vanwege een passerende stoptrein, begint weer te rijden. Grommend komen ze weer terug. “Ja, wat is dat nou man! Stopt die trein, en dan gaan de deuren niet openen!” Ik doe niet eens de moeite ze te vertellen dat de Intercity Maastricht/Heerlen-Alkmaar niet op Duivendrecht stopt, dat is wel zo makkelijk voor mij. Bovendien is mijn trots nog steeds een beetje gekrenkt vanwege dat ‘mevrouw’…

vrijdag 29 april 2011

Gesprekken in de trein, deel 1

“Ja maar,…” Het wordt weer stil. Dan schelt de stem weer door de coupé. “Maahaaam, kom op! Ik ben…” Weer afgekapt. De stem aan de andere kant van de glimmende Blackberry klinkt chagrijnig, chagrijnig en blikkerig. Opnieuw een geërgerde zucht. Zou de beller beseffen dat er maar vijf mensen in de coupé zitten, en dat ze wel heel hard praat? “Nee… Maar… Mam, luister nou eens!!” Volgens mij begrijpt de moeder niet helemaal dat haar dochter iets kwijt wil. Ze ziet er trouwens uit als een vijftienjarige. Een kleine Louis Vuitton-lookalike staat naast haar. Haar haar is witblond, een kleur die duidelijk echt moet lijken maar de donkerbruine uitgroei zegt iets anders. Ze kijkt nogal chagrijnig, zou ik ook doen als ik zo’n gesprek had in de trein.


Inmiddels heeft dochter-lief de overhand van het gesprek gekregen. Het blikkerige stemmetje van de moederkloek blijft angstwekkend stil. In onvervalst Goois is haar stem nu van niveau vijf naar niveau acht gestegen. De bekakte stem schelt door de trein heen. En dan is ineens het blikken stemmetje terug, die is denk ik ook een octaaf of drie gestegen. Gillend, hysterisch en piepend dendert de stem door de over-prized telefoon heen. Dochter houdt de telefoon een centimeter of tien van haar oor af, wacht tot het moederschip klaar is. Dan brengt ze de telefoon weer naar haar oor. “Ja mam, ik ben om vijf uur weer op CS!” Klik…

De Blackberry verdwijnt weer in het hoesje, waar een foto van Justin Bieber op prijkt. Er wordt even liefdevol over de foto gestreken en mijn ontbijt komt bijna naar boven. “Dames en heren. U bevindt zich in de InterCity naar Maastricht en Heerlen. Volgend station, Utrecht Centraal!” Ik sta op, net als het meisje. In Utrecht hopt ze direct de Starbucks in en vraagt om een frappacino, een ijskoffie zo zoet dat hij vooral wordt gedronken door mensen die eigenlijk niet van koffie houden maar een Starbucksbeker in de hand wel ‘cool’ vinden. Terwijl ik mijn koffie, dat zwarte goud dat me door deze ochtend gaat slepen, aanneem loopt zij al richting Hoog Catherijne. Tas om de arm, portemonnee al in de hand.

Naar mijn weten is het vandaag donderdag, een gewone schooldag voor vijftienjarigen… Nu begrijp ik ineens waar die discussie over ging.

maandag 20 december 2010

Stroomstoring 290/365

9:30 Rustig stap ik de bus oud, de ijskoude buitenlucht weer in. Ik loop/glij over het busstation, dat bedekt is met een laag ijs en sneeuw. Mijn fiets staat er nog, dat is goed nieuws want die stond hier vannacht heel zielig alleen omdat ik een lift naar huis kreeg met de auto. Ik loop het Amstelstation binnen, waar het gelukkig een stuk warmer is. Die trein van 9:30 heb ik gemist, gelukkig kan ik die van 9:45 nog nemen en ben ik ook nog op tijd in Utrecht en op school.
“Dames en heren, wegens een stroomstoring op Utrecht Centraal is er op dit moment geen treinverkeer mogelijk van en naar Utrecht Centraal.”
Wat?! Dit had ik natuurlijk een keer moeten verwachten maar hier had ik me natuurlijk niet op voorbereid! Om 10:00 gaat er weer een trein, misschien. Wachten dan maar, het is nu 9:35. Ik neem plaats op een bankje op het perron, het is koud! Om 9:50 bel ik een klasgenoot, zij staat te wachten op Amsterdam Centraal en we besluiten na overleg te wachten tot 10:00, misschien rijdt die trein toch!

9:55. De trein naar Rotterdam is net langsgekomen, maar over die naar Utrecht heb ik nog niks gehoord.
“Door een stroomstoring is er op dit moment geen treinverkeer mogelijk van en naar Utrecht Centraal. Reizigers met bestemming Utrecht worden aangeraden via Rotterdam te reizen.”
Rotterdam?! Dat is zeker een uur om reizen! Ik loop weer naar de borden met de treinen, met ondertussen mijn klasgenoot weer aan de telefoon.

10:15 De stroomstoring is inmiddels verholpen maar alle gecancelde treinen komen niet meer in beweging. De eerste trein gaat weer om 11:15, dan zouden we om 12:00 op school zijn en nog maar een half uurtje les hebben. Bovendien moeten we dan nog een uur op een koud perron wachten. We besluiten onze leraar te mailen vanmiddag en gaan naar huis. Hier moet ik volgende keer een beter plan voor hebben besluit ik op weg naar huis.

Hangende muziek 280/365

Je hebt wel eens van die dagen dat je uit je bed stapt, de radio aanzet en een liedje hoort dat je de rest van de dag niet meer uit je hoofd krijgt. Het kan zelfs zijn dat je de tekst ervan niet eens kent en toch is het niet uit je hoofd te krijgen. Zomerhits slaan op deze manier aan, irritant simpele deuntjes met niet al te ingewikkelde teksten die makkelijk in je hoofd blijven hangen. Urenlang drijven dit soort lidjes je ongeveer tot waanzin, je zing of neuriet ze mee in de trein, bus, auto, op de fiets, etc. (ongeacht het feit dat je misschien helemaal niet kan zingen).
Niet alleen krijg je het liedje urenlang niet uit je hoofd en drijf je jezelf ongeveer tot waanzin, maar je loopt ook nog eens de kans dat je reisgenoten je praktisch uit de trein willen gooien. Levensgevaarlijk dus!

dinsdag 26 oktober 2010

Herfstlandschap 231/365

Als ik uit het raam van de trein kijk is het verschil met een paar weken geleden onvoorstelbaar.

Een paar weken geleden was het twintig graden of warmer, nu is het slechts tien graden buiten. En dat is te zien, want als ik naar buiten kijk zie ik overal herfstkleuren, kale en omgeploegde akkers, en plassen van een eerdere regenbui. Maar er hangt ook iets anders over het land, iets dat je niet kan zien maar je weet dat het er is.
De kou hangt tussen de bomen en glijdt vanaf daar verder over het land. Terwijl langzaam al het groen verdwijnt verschijnen alle mogelijke bruintinten in een complete en wilde mix. Hiermee is de herfst echt aangekomen en voel je zelfs de intrede van Koning Winter al beginnen.

Zoals ik al eerder vertelde is dit weer echt mijn soort weer. Lekker fietsen met lucht in je longen die zo koud is dat je in één keer volledig wakker bent (en helder kan nadenken). En natuurlijk koffie halen voor in de trein, als ik daarmee doorga moet ik snel een sport gaan vinden waar ik daadwerkelijk aan wil gaan doen.
By the way, treinramen kunnen echt niet open bij intercity’s. Ik probeerde mijn antropologieboek naar buiten te gooien maar kreeg het raam niet open, jammer…

maandag 23 augustus 2010

De strenge blik 165/365

Menig kind kent het wapen der volwassen wel, de strenge blik

Echter, veel volwassenen denken dit wapen goed te beheersen maar dat valt dan flink tegen. De blik is halfslachtig, verzacht te snel weer of de ogen blijven te vriendelijk terwijl de rest van het gezicht heel streng kijkt. Dat laatste is vooral goed voor nog onhandelbaardere kinderen.
Denk zelf maar eens terug, wanneer was de laatste keer dat je bang was voor een streng gezicht? De meeste bazen falen erin en het personeel gaat dan achter hun eigen computer gewoon door met waar ze zelf behoefte aan hebben. Er kan wel gewerkt worden maar nooit in het tempo dat de baas wil. Achter diens rug om wordt er over hem/haar gemopperd en geroddeld. Zo ook met leraren, want elke leraar die probeert de leerlingen met angst onder de duim te houden maar hier de aanleg niet voor heeft krijgt alle hoeken van het klaslokaal te zien. Er zit altijd wel één leerling tussen met een scherpe tong die ook nog eens niet bang is voor, of zelfs een hekel heeft aan, autoriserende figuren. Van die hekel moet ook de politie vaak nog proeven. Want bij het uitdelen van een boete krijgen ze met een beetje pech (en dat hebben ze nog al vaak) de meest angstaanjagende en woeste blikken toegeworpen puur wegens de onterechtheid van de boete. Wie deelt er nou een boete uit voor door rood rijden op een plek waar alleen een tram eens in het half uur het fietspad kruist?? Er bestaan echter ook nog mensen die de gave van het strenge gezicht wel volledig beheersen. De lerares waar je altijd braaf je huiswerk voor maakt, incidenteel een persoon met een openbare functie (hoewel dit zeldzaam is), en vrouwelijk treinpersoneel.

Zo zat ik vandaag in de trein, heel erg egoïstisch met mijn voeten op de bank tegenover me maar er zaten verder maar drie andere mensen in de hele coupe. Toen er een NS medewerkster binnen kwam lopen. Met een blik die menig leraar en lerares probeert goed op te zetten maar waarin de meeste jammerlijk falen werd mij zeer ‘vriendelijk’ (ooh, het sarcasme…) verzocht mijn schoenen van de bank te halen. Dit verzoek werd beëindigd met een zeer angstaanjagend ‘jongedame’.
Ik denk dat treinpersoneel op deze blik wordt aangenomen…

zondag 20 juni 2010

Sittard 111/365

En we zijn weer terug uit dat gekke Limburg.

Grapje hoor Eefje (en andere Limburgers)! Nee, ik was op bezoek bij een vriendin van me, Eefje, maar ja als de één in Amsterdam woont en de ander in Sittard zie je elkaar niet zo heel erg vaak (treintickets zijn duur…).
Maar het was wel echt heel leuk. Ook omdat ik nu door mocht reizen (en in de trein blijven zitten) bij Utrecht Centraal, waar ik normaal moet uitstappen om naar school te gaan. Dat is pas leuk, hehe. Maar oké, op weg naar Sittard. Het is best stom dat er ruim twee uur reistijd tussen zit, ik denk dat ik maar een groot opblaasvliegtuig en een opvouwbare landingsbaan ga kopen zodat ik vaker kan langskomen…

Gelukkig is het station van Sittard niet zo heel erg groot, en hoewel ik op een rechte weg nog kan verdwalen (dat is helaas geen grap…) duurde het niet lang voor een springerig hondje+Eefje opvielen (sorry Chico). Chico is trouwens best cool, hij lijkt op zijn baasje. Beide zijn zo gek als een deur (op een goede manier, voor de duidelijkheid). En ik maakte natuurlijk een fijne opmerking tegen Eefje’s vader, nadat hij vroeg wat ik van zijn hoed vond en ik zei ‘hé, mijn opa heeft precies dezelfde!’ Eh… oeps?? Na een middag/avond van praten, eten en films kijken (en de Sittardse bioscoop verkennen, volgende keer trakteer ik in Amsterdam Eefje!), was ik in ieder geval behoorlijk gevloerd. Punt voor Eefje: als zij haar lenzen ’s nachts indoet (van die speciale nachtlenzen) ziet ze tenminste nog iets, als ik de mijne uitdoe zie ik echter helemaal niks meer.
De volgende dag keken twee medewerkers in een ijssalon me trouwens raar aan toen ik iets vroeg, het duurde even voordat ik doorkreeg dat in Limburg ik natuurlijk degene ben met het accent. Terwijl het Limburgse accent een stuk aardiger klinkt dan dat harde van het noorden van Nederland.

En uiteindelijk, afscheid nemen. Dat is altijd moeilijk en zeker als je niet weet hoeveel maanden er tussen gaan zitten. Limburgers mogen dan wel maf zijn, Eefje is en blijft tof!! Maar ik stond bij Roermond (kwartiertje met de trein verder denk ik) al op het punt om om te keren.

Volgende keer slepen we onze Belgische vriendin er ook nog bij, of is een combinatie Belg+Hollander te dodelijk voor Sittard?? We will see…

donderdag 20 mei 2010

In slaap gevallen... 72/365

Er komt een moment en dan overkomt het je: je valt in slaap in het openbaar vervoer en wordt te laat wakker!

Mij overkwam dat dus vandaag. Terwijl ik al te laat aan het komen was kon ik mijn ogen niet meer open houden (na een slechte nacht is dat niet zo’n hele rare eigenschap van mij, geloof me maar) en viel ik in slaap in de Trein van Den Helder naar Nijmegen. Ik stap in op Amsterdam Centraal en ik moet eruit op Utrecht Centraal.
Normaal word ik altijd wakker als Utrecht wordt omgeroepen. Maar vandaag had ik mijn koptelefoon nog op en de muziek nog aan. Je raad het al: ik hoorde het omroepen dus niet.

Toen ik wakker werd, 5 minuten na het passeren van station Utrecht Centraal, was ik dan ook compleet gedesoriënteerd. Waar was ik? Hoe laat was het? Waar was ik naar op weg? Wat was de volgende halte? En hoe lang duurde het nog voordat ik daar was?
Allemaal basisvragen die zich dan door je hoofd afspelen, dat en ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik dus mijn station had gemist. Toen mijn vader aan het begin van dit jaar zei dat dat ooit zou gebeuren had ik hem uitgelachen. Ik moet een lach terugnemen dus.

Nou ja, nadat een aardige schoonmaker van de NS zo vriendelijk was me in te lichten en ik op mijn horloge had gekeken wist ik wat meer. Ik zat in de trein. Het was inmiddels 11 uur (de trein passeerde Utrecht om 10 voor 11). Ik was op weg naar Nijmegen. De volgende halte was Veenendaal-De Klomp. En het aankomen daar duurde nog ongeveer 18 minuten.
Daarmee kon ik ook uitrekenen dat ik de belangrijke lessen die ik had nog wel zou gaan halen, dus was ik daarover opgelucht. Maar ik had ook het gevoel dat ik mijlenver van de beschaving af aan het raken was. En ik had wel een beetje gelijk, vergeleken met Amsterdam en Utrecht is station Veenendaal-De Klomp echt in niemandsland.
Gelukkig ging de trein terug wel een minuut nadat ik uitstapte. Ik ben nog nooit zo opgelucht geweest om in Utrecht uit te stappen…

dinsdag 9 februari 2010

Treinen, vertraging op wielen



Een springer. De bijnaam voor de persoon die besluit zijn of haar leven te beëindigen door voor een rijdende trein te springen. Het is één van de twee meest vervelende redenen waarom een trein meer dan een uur vertraging kan hebben. De andere reden is een bommelding
Beide zijn ontzettend vervelend. Zeker als je (zoals de gemiddelde treinreiziger) al haast hebt. Maar als je ‘moet kiezen’, dan kun je toch beter een springer hebben.


Ik was al meer dan een half uur aan het wachten toen de omroeper het nieuws eindelijk met ons deelde: ‘De trein van Amsterdam Centraal Station naar Utrecht Centraal Station heeft voor onbekende tijd vertraging wegens een aanrijding met een persoon. We hopen op uw begrip.’
Het klinkt vast egoïstisch maar op zo’n moment kunnen ze niet op mijn begrip rekenen. Maar ik snap dat je een trein moeilijk kan laten doorrijden met een enorme bloedvlek op de voorkant. Het idee alleen al maakt me vrij misselijk. En dan heb je natuurlijk ook nog de machinist… Inmiddels staat machinist bijna bovenaan het lijstje van meest traumatiserende beroepen die er zijn. In Nederland gooit immers gemiddeld één persoon per dag zich voor een trein.


Maar ‘een aanrijding met een persoon’?? Ik bedoel, je rijdt iets of iemand aan met een auto, of met je fiets. Maar je rijdt NIET iemand aan met een trein! Iedereen weet dat diegene zich (waarschijnlijk) gewoon voor de trein gegooid heeft. Maar om één of andere reden heeft de NS besloten het ‘politiek correct’ te verwoorden. Als je perse niet wilt zeggen dat er sprake is van een springer, zeg dan gewoon dat er ‘een aanrijding’ is geweest. Dat klinkt ook veel minder morbide.

Het andere dat ik net noemde was een bommelding. Vandaag was het weer zover, een bommelding (niet te verwarren met bommel()ding) op station Den Bosch. Resultaat: geen enkele trein kan uit Den Bosch vertrekken, of Den Bosch bereiken. En natuurlijk spreekt iedereen elkaar tegen: ‘Er zijn explosieven gevonden.’ ‘We zijn er nog niet zeker van dat het om een bom gaat.’ ‘Ze hebben een bom in een trein ontdekt.’ ‘We hebben nog niks gevonden.’ Kies nou eens!!


Ik zou graag doorgaan maar mijn trein is er eindelijk. Tot later!!