Posts tonen met het label column. Alle posts tonen
Posts tonen met het label column. Alle posts tonen

maandag 16 januari 2012

Vakantienederlanders

In het buitenland heb je twee soorten Nederlanders; zij die alles vergelijken met Nederland (en zich graag omringen met andere kaaskoppen), en zij die andere Nederlanders uit de weg gaan en eigenlijk niet eens hun eigen taal willen spreken (ze zullen in het vakantieland maar denken dat jij ook zo’n onbehouwen boer bent!).
“Ja gozer. We waren naar Berlijn en we wilden even lekker los gaan. En wij maar denken dat in Berlijn om de tien meter een kroeg en een club zit, niet dus! Vet zwak.” Berlijn. Een stad die bekend is om zijn bruisende energie, en mijn (ex)klasgenoten lopen te klagen omdat er ‘te weinig te doen is’? “We moesten echt een club googlen. En toen gingen we uiteindelijk naar de hipste club van Berlijn, was dat in een oud fabriekspand. Echt raar jongen.” Zo raar is dat eigenlijk niet, dan doe je tenminste nog iets zinnigs met leegstaande panden. Niet zoals hier in Nederland waar halve industrieterreinen leegstaan maar waar krakers weg worden gemept door de politie… “Ja maar man. Je zat wel in Berlijn, da’s anders daar.” Mijn ex-klasgenoot wordt door zijn vriend op de vingers getikt. Maar of hij met zijn opmerking iets positiefs bedoelt is mij een raadsel. “Gozer, Berlijn is raar. Dachten we ergens lekker Duits te gaan eten. Konden we alleen maar sushi, Italiaans, Mexicaans en dat soort shit vinden. Echt allemaal heel modern. Wij wilden gewoon ergens een stukkie vlees eten.” Auw… Vlees, aardappels en groenten…kan het nog Hollandser? “Volgende week Glasgow man. Wat stom dat je daar niet met normaal geld kan betalen. Ik moet nog naar de bank om die stomme ponden te regelen.”
Berlijn, Glasgow, Praag, steden die geroemd worden om hun cultuur, om hun ‘wereldsheid’ en moderniteit, en mijn klasgenoten klagen dat het er niet hetzelfde is als ‘thuis’. Want sinds wanneer is de pond (die toch al enkele eeuwen bestaat) geen ‘normaal geld’? Sinds wanneer is het verschrikkelijk als je eens iets anders moet eten? En sinds wanneer is het iets als je iets verder moet lopen voor een club met echte kwaliteit? Kennelijk is het dodelijk want ik hoor er vaker mensen over klagen op mijn universiteit. Maar gelukkig zijn er ook anderen. “Ja man, ik ga mee met de reis naar Praag! Wordt te gek! Utrecht en Amsterdam ken ik nou wel.” “Joh, we mogen wel eens even wat Tsjechisch leren. Mijn Duits is echt vercrackt.” “Weet je hoe goed dat bier daar is? Daarna drink je hier echt niet meer!” Nog steeds niet de boodschap waarop een land misschien hoopt, maar voor studenten is dit het grootste compliment dat ze een vakantieland kunnen geven.

woensdag 11 januari 2012

Gijsbrecht van Aemstel! Iemand een stofzuiger nodig?

Als beschaafde cultuurbarbaar heb je een reputatie hoog te houden. En dat is een stuk zwaarder dan je zou denken.
Zo werd afgelopen week de meest geroemde voorstelling van Nederland opnieuw opgevoerd: Gijsbrecht van Aemstel. Dit toneelstuk, geschreven door Joost van den Vondel, sierde van 1641 tot 1968  elk jaar de planken van de Amsterdamse Stadsschouwburg als eerste voorstelling van het nieuwe jaar. En na een afwezigheid van ruim 40 jaar pakt de schouwburg deze traditie nu weer op.

Vanaf het hoogste balkon zat ook mijn familie te kijken, dat we nog een kaartjes waren gekomen was trouwens ook nog een soort wonder want ze waren echt in no time uitverkocht. Beschaafd als we zijn (ik gedraag me er af en toe naar maar we zijn echt niet opgevoed door wolven) waren we netjes gekleed, telefoons uit en vol verlangen wat eeuwenoude cultuur op te snuiven. Maar het was maar goed dat mijn moeder een rij onder me zat, want anders had ze moeten aanschouwen hoe haar dochter bijna in slaap viel bij het  beroemde stuk.
Ja dames en heren (appels en peren), bij één van Nederlands meest geroemde stukken zat ik me te vervelen! Ben ik als kind van de 21ste (oké, technisch gezien 20ste, maar van die eeuw heb ik maar 8 jaar meegemaakt…) eeuw te verwend met spannende actiescènes, of te gewend geraakt aan de snelheid van film? I don’t think so!! Want wie beweert dat hij/zij het stuk smachtend heeft gevolgd lach ik toch echt uit. De Gijsbrecht is beroemd (nou en?) en een briljant stuk (valt over te discussiëren maar laten we daar nu maar even van uit gaan), maar het is totaal niet meer van deze tijd. Het taalgebruik, zelfs in deze nieuwste versie, was zo stoffig dat ik eigenlijk een stofzuiger mee had moeten nemen!
Maar niet iedereen zal het met me eens zijn, neem ik aan. Want wie ben ik nou? Een 19 jarige ‘snotneus’ van een journalistiekstudent die zichzelf een beschaafde cultuurbarbaar noemt, and that’s about it.

dinsdag 27 december 2011

De eenzame kerststad

Kerstmis. Ik fiets door de stad. De katten van mijn oom, die op vakantie is, moeten nog eten krijgen voor ik doorga naar mijn familie. De stad is leeg, slechts af en toe kom ik fietsende gezinnen tegen. Aan de uitpuilende fietstassen en pakketten op bagagedragers, of in fietsmandjes te zien zijn ze onderweg naar andere familieleden om daar gezellig feest te vieren. Vorig jaar was dat onmogelijk. Toen was alles bevroren en spekglad. Nu fiets ik zonder vest onder mijn jas en zonder handschoenen door de stad.
Als ik voor een rood stoplicht sta te wachten fietst er iemand langs die er minder feestelijk uitziet dan die gezinnen. Alleen, gekleed in een met verf bevlekte spijkerbroek. In de plastic tas, die aan het fietsstuur hangt, zit een wijnfles en een brood. Niet echt de signalen van een gezellige Kerst, maar misschien vergis ik me. Dat kan natuurlijk. Misschien gaan ze wel fonduen (dat zou het brood verklaren) met een goede fles wijn? Maar misschien ook niet. Het zet je in ieder geval wel aan het denken. Er zullen zat mensen zijn die nu moederziel alleen thuis zitten, of in een hotel. Nederland is klein, maar wat als je nou in een land woont waar je familie honderden kilometers bij je vandaan zit?
Mensen vinden Kerst overschat, of te opgedrongen. Maar denk je eens in dat je helemaal alleen zou zitten, omdat er niemand is waar je heen kan gaan of omdat iedereen te ver bij je vandaan is? Deprimerende gedachte hè? Geniet er dan van dat je dat niet doormaakt!

Merry Christmas everyone!!

maandag 19 december 2011

De regencultuur

“Hé bah! Ik ruik naar regen!” Een bekende treinreiziger kent die muffe lucht van natte kleren wel, maar voor onbekenden; na een flinke regenbui ruikt de hele treincoupé en al zijn inzittenden nogal muf en voel je nogal klam aan. “Ja, dat heb je in Nederland. We leven nu eenmaal in een regencultuur.” Een…wat? Een regencultuur? Wat is dat nou weer? De meisjes, en dus de discussie over de regencultuur, stappen de trein uit. Maar ik moet nog even door. En als ik niks te doen heb in de trein, dan ga ik nog wel eens zitten denken. Niet te vaak hoor, normaal doe ik een dutje.
Een regencultuur. Wat is dat precies? Is dat een cultuur in een land waar het veel regent? Want dan kunnen de Engelsen, Schotten, Ieren, Scandinaviërs en alle landen met een moesson-seizoen zich ook meteen bij ons aansluiten. Dan kun je toch al bijna spreken van een internationale cultuur en saamhorigheid. Of is een regencultuur iets voor een gebied met veel water? Hallo Amazonegebied, Venetië en een gedeelte van de VS! Een regencultuur kan natuurlijk ook iets anders voorstellen. Zou het een cultuur kunnen zijn waar alles wat ‘grauw’ is? De soberheid van Nederland was natuurlijk al vormgegeven in de schilderkunst van de 17de eeuw, maar zou die nu worden vormgegeven met het woord ‘regencultuur’? Tijdens regen is de wereld natuurlijk wat grauwer en donkerder, daar schuift die ‘Hollandse soberheid’ natuurlijk mooi bij aan, en de recessie past ook helemaal in dat plaatje!
Misschien… Maar misschien ook niet. Een regencultuur, wat bedoelden ze er toch mee? Jammer dat ik het niet heb kunnen vragen, want ik ben toch benieuwd wat nou precies een regencultuur inhoudt…

maandag 12 december 2011

Hollandse vriendelijkheid VS. openbaar vervoer

Cultuur, de Nederlandse identiteit, de oude ‘meesters’, briljante belichting in films. Het is allemaal mooi en aardig maar wat vergeten (maar zeer belangrijke) onderdelen van de cultuur zijn, zijn taal, eten, gebruiken en het gedrag van de ‘bevolking’. En vooral het gedrag van Nederlanders in het openbaar vervoer is af en toe wonderlijk. Ik moet bekennen dat ik niet weet hoe het in andere werelddelen gaat, maar tijdens mijn vakanties in Parijs en Londen heb ik nooit in dergelijke mate onbeschoft gedrag meegemaakt in de trein. Het lijkt of sommige Nederlanders het openbaar vervoer oprecht haten.
Luid praten (en/of bellen) in de stilte coupé en dan boos worden als iemand er iets van zegt. Voeten op de stoelen. Doodleuk een joint draaien in de trein (ik maak geen grapje…). Je muziek op volume 100 uit je koptelefoon, of muziek aan helemaal zonder het gebruik van oortjes. Smakken en je lunch herkauwen terwijl er iemand naast je zit. Hé, begrijp me niet verkeerd. Ik bel ook in de trein, en ik eet er ook. Net als elk mens heb ik behoefte aan eten en aan een praatje zo nu en dan. Maar het dempen van je stem, zodat niet de hele coupé meeluistert, is toch niet zo moeilijk? Of eten met je mond dicht…
Zo zat ik vandaag in de sprinter naar Wormerveer, naast me zat een vriendelijk ogende jongen die gewoon een pakketje brood uit zijn tas haalde. Niks mee mis! Tot hij begon te eten… Binnen enkele secondes begon ik te vermoeden naast een koe te zijn belandt. En dat vermoedde ik niet omdat hij in een kwartier zes boterhammen naar binnen werkte… Nee, de jongen had de onaangename gewoonte met mond open te eten, te boeren en ondertussen de allerlaatste druppels uit een pakje sap te willen krijgen. Nu vind ik het puur gemeen om er iets van te zeggen. Hij zal wel honger hebben, toch? Maar aan de andere kant vind ik het stiekem toch ontzettend onbeleefd om zo te eten met iemand naast je. Ik hoef geen herkauwde lunch te zien om acht uur ’s ochtends. Echt! Daar heb ik echt geen behoefte aan…
Maar als je denkt dat het in de bus beter is, vergeet het maar. Daar is het voornaamste probleem de mensen die nog even een sigaret willen roken in de laatste halve seconde voor de bus aankomt. Of mensen met enorme rugzakken die niet doorhebben hoe pijnlijk die elke keer in je rug ramt.
Maar nu heb ik weer genoeg gezeurd over onze ‘Nederlandse vriendelijkheid’, en stap ik lekker op de fiets om naar de film te gaan!

maandag 5 december 2011

Het dilemma genaamd Pakjesavond

Met een zucht overkijk ik het slagveld van schoenendozen, crêpepapier, kippengaas, piepschuim, satéprikkers, lijm en plakband. Gelukkig hoef ik dit maar één keer per jaar mee te maken… Meer dan dat zou ik echt niet uithouden.
De stad is overstroomd door families die ineens beseffen dat ‘de grote avond’ over een paar dagen al zal plaatsvinden en dat die tijd, waarvan je dacht dat je er genoeg van had, je heeft verraden door ineens een stuk sneller te gaan dan normaal. Of zo voelt het in ieder geval. De man met de baard en mijter loopt weer over de daken, en de rel over of het feest racistisch is of niet is weer eens in volle gang. Alsof niet elk kind in Nederland weet dat Zwarte Piet enkel zwart is omdat hij door de schoorsteen komt. Kan de arme man er iets aan doet dat hij onder het roet zit? Zijn kleur heeft dus niets te maken met een huidskleur en een rol die denigrerend zou zijn. Kom op mensen! Als je kinderen dat zelfs weten, dan zou jij dat zelf toch helemaal niet mogen vergeten?
Het ‘heerlijk avondje’ brengt altijd ontzettend veel werk met zich mee. Het eerste probleem is altijd de cadeautjes. Ineens zijn overal aanbiedingen, uitverkoop. Ga je dit jaar je geluk wagen in honderd verschillende winkels? Of waag je je op internet, in de hoop dat TNT (oh sorry, PostNL) het op tijd bezorgt? En wat voor leuks kun je allemaal binnen het budget doen? Na dilemma 1 volgen de gedichten. Wat rijmde er ook alweer met ‘sinasappel’? Sint zat eens te denken, wat hij … ook alweer zou schenken. Ja, dat is wel weer heel erg afgezaagd… En dan de laatste kopzorg; de surprise… Bij die fase ben ik inmiddels beland, waardoor ik niks meer vast kan pakken zonder dat het bijna hermetisch aan mijn vingers vast zit geplakt.
Één keer per jaar… en dat is gelukkig genoeg…

zaterdag 26 november 2011

Monoloog; Gedachten van een vermoeide Schrijfster

Bron: Office Word
Shit, een stukje tikken! Helemaal vergeten. Waar zal ik het nu eens over doen… Die excursie met school naar de tentoonstelling van Bloemaert? Nee, daar schrijf ik al een recensie over… De radio? Maar ik had twee weken geleden al een column over muziek. Hmm… Waarover nou toch? De kat! Ooh nee, die heb ik niet… Jammer. Een kat zou nu echt een goede uitkomst zijn!
Pfff… De radio helpt vandaag ook niet echt, wat is dit eigenlijk voor nummer? “Feel what you want to feel, what you want to feel, what you want to feel…” Ja, ontzettend inspirerend! Het is pas 00:26 en ik sta echt op instorten joh, wat ben ik nou voor nep-student dat ik niet eens lekker aan het feesten ben ergens. Hihi, yeah right, alsof ik zo’n heftig feestbeest ben.
Hmm… Ja, dat zou ik als onderwerp voor een stukje kunnen gebruiken maar of het nou geschikt is voor deze keer? Ik weet het niet… Nee, toch niet. Volgende keer misschien. Als ik het wat beter heb kunnen overdenken. Dat moet ik niet te snel en overhaast tikken, dan komt het er helemaal niet meer goed uit. Maar wat nu dan? Ik kan echt helemaal niks bedenken joh. Echt stom. Neem ik me nog zo dapper voor om een wekelijkse column en een wekelijkse boekrecensie te gaan schrijven, heb ik mijn boek nog steeds niet uit en was ik helemaal vergeten dat het vandaag alweer vrijdag is. Waardeloos! Boekrecensie; dat is ook een goede… Welke boeken heb ik afgelopen tijd nog gelezen? Ooh, Alleen Op De Wereld. Die heb ik afgelopen week weer eens gelezen. Dat boek blijft zo mooi, daar kan ik wel iets over schrijven. Die heb ik afgelopen maandag nog uitgelezen dus dat is nog recent. En oude meesterwerken vergaan niet, dus dat kan ik hartstikke goed doen.
FOCUS! Stukje, stúkje, stukjé, nee dat werkt ook niet… Grrr, weet je… Vergeet het! Ik ga naar mijn bed, dit schiet toch niet op!
En dit beëindigt de monoloog van deze avond, genaamd ‘Gedachten van een vermoeide schrijfster’. Dames en heren, gewaardeerde lezers, we hopen dat u van de show genoten heeft. In de hal is nog een hapje en een drankje te halen, en we hopen u allen terug te zien bij onze volgende voorstelling. Rijd u allen veilig en wij wensen u nog een prettige avond.

vrijdag 18 november 2011

De gek die een ets meenam voor een presentatie...

“Wie wil volgende week als eerste presenteren. Over Rembrandt?” De leraar keek zo hoopvol de klas in. Ach, dan ben ik er maar vanaf. Neutraal steek ik mijn hand op, samen met nog vijf anderen. “Geweldig! Ik mail jullie de opdracht, en hoop dat jullie er iets moois van maken!” Ja ja, alsof we niet allemaal weten hoe zo’n eerste presentatie gaat. Hakkelig, moeizaam, en dan krijg je een enorme lading kritiek van de leraar aan het einde.
Maar goed, de werken van Rembrandt. Daar moeten we maar even doorheen om de vraag of Rembrandt typerend voor de Nederlandse identiteit is te beantwoorden. En terwijl we met z’n vijven op school om de tafel zitten tijdens een brainstormsessie glijden mijn gedachten af, terug naar de lessen kunstgeschiedenis van die oorlogszuchtige tekenleraar op de middelbare school. Hij noemde Rembrandt de “Meester van de Nederlandse kunst”. Een genie, een briljante schilder. Maar technisch gezien was ‘schilder’ in de 17de eeuw een doodnormaal beroep waar scholen voor waren. Stijlen (ook die Rembrandt gebruikte) bestonden al generaties lang en werden hoogstens per leerling iets veranderd. Hoe kun je iemand als “briljant meester” bestempelen als hij gewoon die oude technieken van nog oudere ‘meesters’ combineert? Vanwege deze redenering in mijn hoofd sloot ik me vanaf die les praktisch volledig af voor mijn leraar. Zelfs het uitzicht op het schoolplein vond ik interessanter dan zijn lessen.
“Dus, welk werk gaan we tonen?” Ik schiet terug naar de hal op school en staar naar mijn groepsgenoten. Ze kijken bedenkelijk. “Het is jammer dat we geen echte Rembrandt kunnen tonen, dat zou wel ontzettend cool zijn!” Ze grinniken maar ik frons. En dan doe ik het aanbod waarvan ik me gisteren nog had voorgenomen het niet te doen. “Nou… dat zou best kunnen. Geen schilderij, maar er is een ets van Rembrandt in mijn familie, misschien mogen we die lenen?” Ze staren me aan alsof ik gek ben, en eigenlijk hebben ze gelijk. Wie neemt er nou een echte Rembrandt (ets of schilderij) mee naar school? Maar ik heb het aanbod aangereikt en binnen een minuut hapt de eerste toe, als vissen naar een stukje brood aan een haak. Dus fiets ik door de kou, en grom ik woest dat ik in de spits in de trein zit met een schilderij in mijn tas die zorgt dat die niet meer dicht kan. Maar, en dat maakt het toch even waard, de leraar is omver geblazen door het feit dat we “een echte” hebben in de presentatie. Bijna kwijlend staat hij ernaar te kijken, me honderden vragen erover stellend die ik niet kan beantwoorden.
De schilderkunst en ik. Wij hebben nooit echt met elkaar door een deur gekund. Gebrek aan interesse aan mijn kant, gebrek aan herkenning in de schilderijen. Wie zou het weten? Maar de liefde is nu nog bekoelder dan anders.

vrijdag 11 november 2011

Jankende gitaren op de fiets

Je zit in de auto. Buiten is het winter maar met de loeiende verwarming heb je daar gelukkig geen last van. Dat apenpakje met stropdas en colbertje dat je van je baas aanmoet doe je straks wel aan. Maar nu even lekker naar de radio luisteren, even ontspannen voor je weer de hele dag moet vergaderen.
Muziek… Je zou zeggen dat het maar iets kleins is. Veel mensen vinden dat de ontwikkelingen van de laatste jaren de ‘werkelijke muziek’ alleen maar aantast. Maar bedenk je nog eens hoe klein de rol van muziek in je dagelijks leven is. Werkend achter je computer, lezend op de bank, in de auto, wanneer heb jij je radio, je iPod/mp3 of je muziekbestanden niet aanstaan? Bovendien is muziek in nog veel meer gevallen belangrijk, in andere culturele sectoren bijvoorbeeld.
Zo hebben mijn vrienden en ik ooit een filmpje voor het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) moeten maken. Dat was in het vierde jaar van de HAVO dus je kan je wel voorstellen dat we eigenlijk met hele andere dingen dan school bezig waren maar dit was een leuke opdracht. We wilden een horrorfilmpje van een minuut of tien maken maar toen we het in elkaar monteerden was het meer een comedy. Het was zo hilarisch dat we het eigenlijk niet aan de klas wilden laten zien, omdat we bang waren voor schut zouden staan. Toen we het als test aan mijn vader lieten zien wist die onmiddellijk wat eraan scheelde; er zat geen muziek onder! Met een paar drukken op een paar knoppen zette hij er spannende muziek onder, en ineens was onze comedy een (bijna) echte horrorfilm geworden! Zonder dat er iets aan de beelden was veranderd was de sfeer ineens helemaal omgeslagen. En toen besefte ik ineens wat de macht is van muziek.
Als ik nu te laat ben voor de trein en ik snel moet fietsen zorg ik dat er rock-nummers in de playlist van mijn iPhone staan. Ben ik wat down, dan zet ik er vrolijke upbeat nummers in. Met jankende gitaren in mijn oren fiets ik ongemerkt een stuk sneller, en vrolijke tunes zoals die van Disney soundtracks maken me vrolijk. In Top Gear zei Jeremy Clarkson het ook al: “If you want to drive nice and safe, you can listen every kind of music. Except metal! Research showed that ‘angry tunes’, like metal, make you step on the gas pedal harder. Thus making you drive faster.”
En zo wordt alles en iedereen beïnvloed door muziek! Who knew? En nu ga ik lekker een uurtje naar de radio luisteren met een goed boek in mijn handen!

zaterdag 5 november 2011

De beschaafde cultuurbarbaar

“Maar beste! Rembrandt is toch niet te vergelijken met Michelangelo! De volksheid van Rembrandt’s schilderijen, dat is nou de Nederlandse cultuur.” Met een opgetrokken wenkbrauw kijk ik over de rand van mijn boek. Wat? Hoe ben ik nou weer tussen deze discussie belandt? De twee dames staan voor de boekenkast tegenover me. Zou ik ze om stilte manen, het is immers een bibliotheek? Hoewel… Ik kijk naar de hooggehakte schoenen. Ik denk dat die dodelijk zijn, dus laat maar zitten. Stiekem bekijk ik de vrouwen verder, één van hen houdt Grunberg’s Tirza als een soort schild omhoog. Maar wat heeft ze daarachter verstopt? Met moeite kan ik de tekst op de band van het boek lezen. Stout van Heleen van Rooijen. HA! Betrapt! Beschaafd tot de voordeur! Nu zit ik zelf met Harry Potter in mijn hand hoor, maar ik probeer het niet te verstoppen.
Cultureel, beschaafd, opgevoed. Het zijn van die betekenisloze woorden geworden. Wil je ze nog mogen toepassen, dan moet je in een soort perfect keurslijf passen van wat andere mensen opvatten als cultuur. Maar wie vertelt mij waarom het één wel cultureel gewicht draagt, en het ander niet? Zo had ik een muziekleraar op de middelbare school die een vriendin van mij ooit een onvoldoende gaf omdat ze Eminem leuker vond dan Mozart. Hij gaf haar geen onvoldoende omdat ze haar keuze niet goed had beargumenteerd. Nee, hij gaf haar het gehate cijfer omdat Mozart cultureel was, en daarom beter! Mijn kunstgeschiedenis/tekenleraar van een paar jaar later probeerde ons in zo’n zelfde keurslijf te proppen. Kunst was kunst, en al het andere was troep, zo vond hij. De manier waarop ik schilderde, met veel kleuren en lekker eigenwijs, vond hij echt niet kunnen en daarom hebben de man en ik een jaar lang een puur psychische oorlogvoering gehouden. Maar wat hij ons leerde ging niet over modernere kunstenaars, nee alleen over de ‘culturele klassiekers’.
Ik ben dat keurslijf zat! Wat is er mis met grappig? Met vernieuwend? Dat stoffige schud ik van me af en ik sta tegenover de wereld met open armen. Kom maar op, overdonder me maar met kleur, geluid en tekst. Ik ben er klaar voor. IK ben de beschaafde cultuurbarbaar!

dinsdag 9 november 2010

Pakistan hielp ons, maar wij hen niet 245/365

In 1953 werd Nederland overvallen door het water. We dachten veilig te zijn achter onze dijken, maar het water bleek sterker en veel gevaarlijker dan we hadden ingeschat. Nu wordt Pakistan overvallen door hetzelfde element dat in Nederland destijds 1835 levens eiste en Nederland keert het de rug toe.

De ‘Wilders-mentaliteit’ wordt steeds erger lijkt het. Men doneert niet aan Pakistan omdat het geld toch direct naar de Taliban zou gaan ‘die het lachend zal ontvangen’. ‘Nederland en Amerika sponsoren de Taliban’. ‘Ze steken de kratten waar USAID en EUAID op staan toch meteen in de fik of ze verdraaien het zo dat zij de grote helden lijken’. Dit zijn enkele van de reacties van Nederlanders die weigeren te geven aan Pakistan. Het trof dus ook veel mensen toen bleek dat Pakistan wel doneerde aan Nederland tijdens onze Watersnoodramp in 1953. Omgerekend tien miljoen gulden werd er ingezameld onder de Nederlanders en Engelsen die toen nog in Pakistan zaten, en de Pakistani zelf schonken tweeduizend kilo thee. Dat klinkt misschien een beetje vreemd. Het halve land is overspoeld door water en je stuurt thee. Wat moet je daar mee, het mengen met het water en alles massaal opdrinken? Thee was in 1953 een drank die door veel Nederlanders werd gedronken en de thee uit Pakistan en China was vaak zelfs nog een luxeproduct omdat het hier om ‘specialere’ soorten thee ging. Bovendien ging het in die tijd met Pakistan beter dan nu in 2010 maar dat was het kostbaarste dat Pakistan op dat moment had, thee was dat waarmee Pakistan handel voerde met de rest van de wereld. Het feit dat ze daar tweeduizend kilo van stuurden was een enorm bedrag voor de Pakistani. Dat wij hen nu in de steek laten omdat het een islamitisch land is, is gewoon barbaars!

In Pakistan zijn er op 26 oktober ruim 20,3 miljoen mensen getroffen door de overstroomde rivieren, en meer dan 2000 doden waarvan men daadwerkelijk weet. Bovendien wordt het land geteisterd door honger en ziektes als cholera. Deze watersnoodramp, ontstaan door een aanhoudende moesson en ernstig noodweer, begon op 3 augustus. Het is dus zeker dat er meer slachtoffers gaan vallen omdat men slecht bereikt kan worden door het water, en de smalle landstroken waar hele stammen bij elkaar gekropen zijn. Deze mensen hadden al weinig, nu hebben ze niks meer. Geen huizen, geen vee, geen landbouwgrond, soms zelfs geen familie meer.

Ooh, en voor de sceptici die denken dat al het geld en de pakketten meteen door de Taliban worden ingepikt; de meest getroffen gebieden zijn Punjab en Sind, de Taliban is sterk vertegenwoordigd in de Swatvallei. En die is aan de andere kant van Pakistan!

zondag 13 juni 2010

Herhaling 97/365

Af en toe vraag ik me af of ik niet in de herhaling val.

Bij onderwerpen bedoel ik dan. Ik vraag het me namelijk wel eens af, want dan kijk ik terug in mijn archieven van alle 365-columns tot nu toe en dan heb ik toch het gevoel soms dezelfde titels te zien, of in ieder geval titels die behoorlijk op elkaar lijken.
Maar omdat ik niks anders weet om over te schrijven dacht ik ‘ik kaart het even aan’.

Het stomme is namelijk dat school normaal goed is voor flink wat onderwerpen maar in het weekend zit ik meestal klem en kan ik niks bedenken. Frustrerend…

Column Festival 88/365

28 mei, 13:00 uur, ik ben verdwaald, het zal eens niet…

Oké, vandaag was het AMVJ Column Festival in Jongerenhuis Nowhere. Niet dat ik nou zo’n zin had om te gaan maar ik moest voor school. Ik heb maar acht van de 32 columns gehoord maar bij slechts twee ervan liepen de rillingen niet over mijn rug.

Zenuwen, slechte voorbereiding of chaotische teksten, alles kwam aan bod vandaag. Ik begrijp de zenuwen wel, het zin derdeklassers en het is de eerste (en velen gaven aan de laatste) keer dat ze iets voordragen dat ze zelf geschreven hebben dus ik vind het heel dapper van ze, zelf zou ik het misschien niet eens durven. Dus kritiek zou ik niet moeten hebben.
Maar ze waren slecht voorbereid, hadden hulp gekregen bij het schrijven van de columns maar niemand had ze voorbereid voor het voordagen. Op één deelnemer na wist niemand zichzelf een houding te geven of gebruik te maken van lichaamstaal, wat toch belangrijk is bij een voordracht.

Maar als iemand aantekeningen zit te maken valt hij/zij kennelijk op. Toen ik aan het einde wegfietste sprak ineens één van de juryleden me op straat aan om te vragen waarom ik zo verwoed had zitten schrijven. Kennelijk had tenminste één van de juryleden op de reacties van het publiek zitten letten tijdens de voordrachten.